De vertrokken vogels van Dmitri

Zachtjes roert een donker aanzwellend koor van stemmen uit het verleden in je ziel. Daarbovenuit een enkele hoge klaagstem van wanhoop en verlangen. Een landschap met dode bomen en modderige akkers waartussen eindeloze rijen witgrijze kruisen staan. Er staat er eentje voor iedere moslim, bolsjewiek, nazi en uit mischien wel Zuid-Wales verdwaalde piloot. Daar wandel je tussen en identificeer je met die hoge stem die hoog boven het orkest uit mokt en tegenstribbelt en zegt : Dit accepteren we toch niet.
Wonen in een wereld van rottend verderf. Geen andere actie is mogelijk dan in die klaagzang van mislukking te zoeken in je eigen lijf naar een uitgang voor je agressie.
Er is geen bevrijding mogelijk. Zelfmoord of verder. Het dilemma van een overlevende die geen zweem van verklaring kent waar hij het recht tot overleven vandaan haalt.
Wat te doen, wat te doen. Na een opwelling van bijna onbeheersbare woede die je kop bijna uit elkaar doet spatten val je voorover in de modder en blijf je doodstil liggen. Denkend dat je zal blijven liggen om nooit weer op te staan.

Het is doodstil. Je oren zijn doof en je ogen gesloten. Je hoort alleen de wind een beetje ruisen en in een ingeblikte verte wat vogels die geluiden maken. Na een uurtje of zo begin je daarin een patroon te ontdekken. Ze fluiten naar elkaar en geven elkaar antwoord. Diep onderin je onderbewustzijn worden de vogelgeluiden tot de zinnen die je daarvoor niet zeggen kon. "Waarom is dit, waarom is dit". "Wat weten we". "Waarom doen we dit". "Zijn we hier nu ergens gekomen". "Kunnen we dit ooit vergeten". "Wat is er nog mogelijk".

Hoe zal het leven zijn zonder doel of object om lief te hebben. Langzaam komt herinnering naar boven. Hoe het geweest is, toen je familie nog leefde en je niet alleen op de wereld was. Zelfs een weemoedige lach over de grappen die gemaakt zijn. Hoe tevredenheid smaakte over succes. Bitter schreint dat succes in dit landschap en verstikkend grijpt het verdriet je opnieuw naar de keel. Maar de vogels houden aan en verzamelen zich tot een zwerm die met kwetterend en oorverdovend lawaai en als één geheel op je af stuiven. Je hebt je inmiddels op je rug gedraaid. Ze stuiven op je af en vlak voor jouw in de leegte starende ogen, ontwijken ze met een ruk omhoog of naar de zijkant. Er zijn er nog een paar die niet in de zwerm zijn meegegaan die een fel lied schreeuwen. Het klinkt als een fanfare. Ze begeleiden de op en aanrollende zwerm van zoevend striemende fladdergeluiden. Schijnen te zeggen: "Ga met ons". "We gaan ergens naartoe". "We hebben geen echte bedoeling". Alleen maar de drang om te gaan en met zijn allen. Onderin je lijf begint je bloed te borrelen en tenslotte te koken.

Die aanzwellende roffel die als bij een straaljagergeluid blijft aanzwellen tot je denkt, dit is het hoogtepunt, maar het aanzwellen gaat gewoon door. Om dan abrupt en volledig onverwacht in stilte te ontploffen. Dan besef je, ben je gedwongen opgestaan.

Een klein straaltje zon komt in het landschap, terwijl de leegte je opnieuw overvalt. Dit is dus de wereld. Het leven dat geen dood is. Maar wel daarmee één onscheidbaar geheel. En een door je hoofd zeurend pling-plong melodietje is het enige geluid dat de vertrokken vogels in je achter hebben gelaten in de verpletterende stilte om je heen. "Ja, ja ik moet iets." "Ik moet iets". "Ik weet totaal niet wat". "Maar ik moet iets". "Ik moet iets doen, maar ik zou echt niet weten wat". "Wat moet ik nu." "Wat moet ik."

Dan ook keert heel zacht de stem van wanhoop en verlangen weer terug . Het is een religieus gevoel dat groeit. Wat moet je. De wanhoop laten winnen. Of ruimte geven aan verlangen. Op zoek naar iemand om te strelen, of gestreeld te worden. Een melodie zoeken die je vrolijker maakt. Positieve woorden zijn er nog ? Alleen maar woorden,  maar wie weet wat ze kunnen. In jezelf of anders in iemand anders. Beetje eten.. Kan soms lekker smaken. Beetje drinken en mischien eens een beetje bedwelmd om een beetje geluksgevoel wat uit te vergroten. Beetjes bij beetjes.  Liefdesbeetjes geven. En bovenal …. onvoorbereid blijven. Onvoorbereid op de volgende slag waar we door geraakt gaan worden. Niet denken aan het gas. Onvervulbaar het verlangen naar de argeloosheid van de jeugd. Verlangen naar een plan in jezelf en met je zelf dan maar. Verlangen om een beetje mee te doen en hopend jezelf weer te kunnen vergeten in het spel.

Wie van de stilte houdt moet Sjostakovich’ beluisteren. Geen intenser en dieper stilte zul je ooit horen dan na het verstommen van de laatste maten van de achtste.

This entry was posted in Volkskrant. Bookmark the permalink.

One Response to De vertrokken vogels van Dmitri

  1. lidy d. broersma says:

    Avatar van lidy d. broersma
    Dan rest mij niet anders dan Sjostakovich te beluisteren Simen Vrederat.
    🙂

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *