Elfkrantentocht

Ja ik herinner het me nog goed die dag in 1963. Woonde in dorpje in Friesland onder de rook van Leeuwarden. Mijn drie jaar oudere zus had zich aangemeld als bezorgster van de Varabode. Het waren er 23 exemplaren maar ze moesten ook in de omtrek van het dorp op een aantal boerderijen bezorgd worden.Ik mocht haar wel eens helpen en kreeg dan ook mijn onevenredig deel van de verdienste.

In de ochtend gingen we naar school. Ik mocht de draagbare radio meenemen, dan konden we op school het verslag horen van de grote tocht die op die dag gereden werd. ‘s middags hadden we pas vrij. Er was geen lerarentekort en iedereen kon rekenen.

Toen ik acht jaar was had ik hem ook al eens gevolgd in de tuin van mijn opa wiens huis aan de Dokkumer Ee stond zodat we daar een ideaal plekje hadden. Hij had mij verteld dat ik goed op moest letten want dat aan het eind van de rit de winnaar een keer extra voorbij zou rijden op kachelpijpen. Daar me dit iets toeleek wat ik niet wilde missen heb ik dat lang volgehouden. Daar werd de grondslag gelegd voor mijn latere neiging nooit iets voor helemaal waar aan te nemen als ik het niet zelf waargenomen heb.

Na het middaguur was het nog niet helemaal in alle omvang duidelijk welke ijzingwekkende vormen de tocht precies had aangenomen. De communicatiemiddelen van toen waren niet als tegenwoordig. We konden wel merken dat het flink waaide en zich nu en dan sneeuwstorm-effecten voordeden. Maar geen reden om niet de fiets te pakken en met elf ( ik was de jongste dus dat was voor mij de helft van 23 ) Varabodes de tocht te aanvaarden. Wel waren het juist die elf die voor de omliggende boerderijen bestemd waren. Na eerst de strip van Desiderius en Blondje zelf te hebben gelezen ging ik op pad. Met in mijn hoofd het beeld de stoere sportman te zijn die na de laatste bezorging op kachelpijpen naar huis terug zou keren.

Het zal zo bijelkaar op geteld zo’n zes kilometer geweest zijn wat ik moest fietsen. Twaalf jaar was ik. Geen kleine jongen meer, maar mijn stoerheid zat destijds meer in mijn hoofd dan in mijn spieren. Mede omdat ik ieder voetbalseizoen na enkele trainingen van de club af moest als er teveel zesjes op mijn rapport prijkten. Gezegend was ik met al die rasopvoeders uit mijn omgeving.
De wind was flink aangewakkerd en ook dubbel voelbaar als je de bebouwde kom verlaat.

Het is altijd de tocht van mijn leven gebleven. In mijn herinnering heb ik er zeker drie uren over gedaan om die elf kranten te bezorgen. Een ijskoude snijdende wind en al na een paar honderd meter koppijn van een bevroren voorhoofd. Ogen dicht en trappen, verkeer was er niet te vrezen. Er was al televisie. Geen enkele winnaar kan de beijzelde baard van Reinier Paping ooit meer uit mijn onderbewustzijn verdringen. Daarna is het in Nederland nooit meer winter geweest.

<#comment><#comment>

<#comment>

This entry was posted in Volkskrant and tagged . Bookmark the permalink.

One Response to Elfkrantentocht

  1. Lidy Broersma says:

    Avatar van Lidy Broersma
    Hahaha, Als zussen toch eens wisten wat broers,hunnentwege, (hoe verzin ik het he 🙂 te lijden hebben (gehad). Ik vind wel dat je een medaille hebt verdiend Simen Vrederat. Ik hoop niet dat je het erg vindt, maar van mij mag die winter wegblijven!…

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *