Het domein van ambiguïteit.

Poëzie is taal die in tegenstelling tot referentiële taal, geen feiten op de lezer overbrengt. Tussen lezer en schrijver moet duidelijk zijn volgens welke van de twee conventies is gekozen. Als de schrijver schrijft: "De vogel vliegt", dan kan de lezer in het geval van referentieëel taalgebruik de vraag stellen: Welke vogel ? Onder de conventie van poëzie is die vraag een teken dat de lezer buiten de bedoelde conventie treedt. Omdat hij het niet begrijpt hoe er moet worden gelezen, of om een scala van andere redenen waaraan ik in een apart artikel nog aandacht wil besteden.

In de poëzie is het de bedoeling van de schrijver dat de lezer zijn eigen vogel creëert om de overdracht te volvoeren. Een dichter wil om die reden ook geen uitleg geven over hetgeen hij heeft geschreven. Wanneer hij zou antwoorden: Het was een zwaluw, die ik gistermiddag zag toen ik terugkwam van de markt, dan zou hij daarmee de strekking van zijn tekst immers teniet doen. Veel weblog-dichters ondergraven, tot mijn onbegrip hun tekst met tags, waarin ze waarschijnlijk hun onzekerheid of gebrek aan vertrouwen in de bekwaamheid van de lezer tonen. Zij zullen toch de poëtische conventie wel beheersen, zou je zeggen.

Hoofdcomponent in het poëtisch taalgebruik is de ambiguïteit. Het condenseren van een veelvoud aan betekenissen in een minimale woordkeus. "De vogel vliegt" is een inhoudsloze boodschap als die boodschap referentiëel zou zijn bedoeld. Iedere gek kent immers dat kenmerk van vogels. Er moet dus iets anders worden bedoeld, met zo’n mededeling.
De drie woorden kunnen veelvormig worden geïnterpreteerd en daarna opgevat worden in het cartesisch product van betekenissen met de vervolgtekst en de context.
Gaat het om één vogel, of over de vogel als verschijnsel ? In het eerste geval is het vliegen een mechanisch voortbewegingproces, in het tweede geval valt de nadruk op een andere gevoelswaarde van het vliegen. Waarbij onmiddellijk de vergelijking zich opdringt met andere soorten die dat niet kunnen.
Je kan dan lezen: Wat rottig dat ik dat niet kan. Of: De dichter koestert het verlangen ook te kunnen vliegen als een vogel. Als de vogel wordt gelezen als een bijzonder soort mens ( hij is een rare vogel !) dan werpt dit weer een scala van mogelijkheden op om het begrip vliegen te interpreteren. "Snel voorbijgaand, vergankelijk, gebrek aan contact ? (Overigens met weer een andere nuance vaak aan de vlinder toebedacht).
De volgende zin ( en uiteraard de hele context van het product ) geeft door middel van nieuwe ambiguïteit nadere precisering. "Hij landt in het midden van zijn nest" (introduceert verzorging en/of de perfect georganiseerde natuur in het domein). Of: "het wolkendek oneindig". Vult u het zelf maar in waartoe dat allemaal leiden kan.

Je vraagt je af wat is de zin van een dergelijke communicatie, wanneer de schrijver de lezer slechts een schop geeft en hem zelf het verhaal laat maken. Die schop is toch niet willekeurig. Waarom dan niet gekozen voor: "De postzegel plakt" in plaats van de "De vogel vliegt". Wat kan het mij als dichter schelen waar een lezer op mijn woorden naar toe fietst.
Hier groeit de mogelijke misvatting, die zowel in dichters als lezers soms heeft post gevat dat de dichter niks te vertellen heeft. Of dat de lezer vrijelijk mag bepalen wat wordt verteld. Zoals je in de abstracte schilderkunst de boogjes en vlakjes van Mondriaan pas kan waarderen als je het kan herkennen als een manier waarop hij de pier in de zee zag, en niet als een kleurencombinatie die hij maakte omdat het zo goed stond boven je nieuwe bankstel, zo moet ook het gedicht worden beschouwd als gebonden binnen een domein van ambiguïteit dat de dichter aanlevert. De dichter schildert een gesloten beeld. Het beeld van zijn gevoel, ervaring of beleving of waarneming. De ambiguïteit is de ontwikkelingsgang, het pad binnen dat domein naar dat beeld en niet een proefballon voor willekeurige interpretatie. Gesloten beeld geschilderd met open taal.

Als het beeld zelf volledig open blijft is er geen sprake van poëzie, maar van woordenlotto. (Soms verraden dichters dit door reacties, ongeveer in de trant van: O ja dat is eigenlijk nog mooier, laat ik het zo maar bedoelen).
Welke vogel is bedoeld, dat mag de lezer weliswaar zelf uitmaken, in de werkelijkheid van de dichter vliegen al die verschillende vogels dezelfde kant uit. In de richting van het eidetisch beeld dat hij ziet en opzettelijk met de daartoe bestaande middelen verbeeldt.

Anders gezegd: De dichter is als het goed is nooit onzeker terwijl hij dicht over onzekerheid. Hij is niet bang al schrijft hij over angst. Hij moet het bij voorkeur wel geweest zijn. Een beleefd beeld is altijd mooier dan een beleefd beeld, zou je kunnen zeggen.

De poëtische conventie is niet altijd te herkennen aan de vorm. In prozavormen is het dieper weggestopt. Vanwege de soms vage vermenging met een meer referentieële werkelijkheid (Zeker in weblogs, waar de bedoelingen in dit opzicht zelfs onuitgesproken kunnen zijn, en er zelfs poëzie kan worden gelezen waar dit niet geschreven is. Hier maakt de lezer woordenlotto).

In commentaar en reacties is de soms dunne lijn tussen de twee conventies een betrekkelijk nieuw verschijnsel. Dat commentaar is ofwel evenzeer poëtisch van karakter, ofwel referentiëel. Zonder af te doen aan de waarde is de tweede soort vaak pijnlijk. "Ik had ook een kat……", zonder reactie op het gedicht zelf, waar dat woord inderdaad in voorkwam. Het op integere wijze meedelen van je lezerservaring is de meest zuivere vorm, wanneer de schrijver aangeeft dit op prijs te stellen. De poëtische reactie kan veel meer opleveren en zelfs uitmonden in een dialoog, als dit binnen het domein van de geuite verbeelding blijft. Als dat niet het geval is neemt de dichter dit voor kennisgeving maar meestal toch in dank aan. Immers, de meeste dichters voelen zich toch niet begrepen. Dat is hun lot en inspiratie. Het bezit van inlevende lezers die daartoe een goede intentie bezitten, dat is wel een hoofdprijs voor hun streven.

This entry was posted in Volkskrant. Bookmark the permalink.

5 Responses to Het domein van ambiguïteit.

  1. svara says:

    Avatar van svara
    dank je
    erg boeiend Simen.
    stemt mij tot nadenken, tot zinken en herlezen.
    ik ben meer van het simpeler taalgebruik maar ik vermoed de essentie te begrijpen

    mooie zin: ‘een beleefd beeld is mooier dan een beleefd beeld

    ‘gesloten beeld geschilderd met open taal’
    ik geloof dat ik ‘m vat maar heb geen idee of ik (soms) zo schrijf
    ik schrijf puur op gevoel
    de praktijk zal het leren en ik stel jouw reacties op prijs!
    maar dat wist je al

    met een hartelijke groet

  2. Appelvrouw says:

    Avatar van Appelvrouw
    Laten we maar zwijgen.

  3. paco painter says:

    Avatar van paco painter
    Een beleefd beeld is altijd mooier dan een beleefd beeld, zou je kunnen zeggen.

    Mooie woordspeling

  4. BarbaraJansma says:

    Avatar van BarbaraJansma
    Maar zonder referentie bestaat er geen ambiguïteit, of vergis ik me?
    Ik snap wel dat je met een gedicht een beeld geeft, waarvan je wilt dat het enigszins begrensd is, maar een open taal laat interpretatie ook vrij. Bijna alsof je een doos kleurpotloden aan een kind geeft.
    We zijn allemaal ons eigen unieke punt van waarneming, en als je iemand’s waarneming een duwtje geeft heb je nog geen totale controle over de uitkomst. Hou ik wel van eigenlijk. Het kan iets heel nieuws opleveren.
    Dank voor deze link, Simen!

  5. Pingback: Wat ik vond en wat ik vind | Simen Vrederat

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *