De oude dame en de rat (uit Sprookjes van Simen Vrederat)

Er was een jongetje dat uit school gekomen besloot de grote oceaan te gaan oversteken. Hij liep daarom het water in en roerde voor zich in het water met de boomtak die hij van de kant had meegenomen. En peilde daar de diepte mee omdat hij begreep dat hij in een kuil zou kunnen stappen waardoor zijn sokken nat zouden worden. Hoewel de afstand eerst onmetelijk leek voelde hij zich machtiger worden bij elke stap omdat hij zag dat de afstand naar de overkant snel minderde.

Toen zag hij plotseling voor zich een prachtig sierlijk zacht en aaibaar dier voorbijdrijven. Hij greep het bij de staart en tilde het uit het water. Het was een rat die donkerblauw glansde en tot zijn vreugde een echt gezichtje had. Blij met zijn vondst liep hij door naar de kant en liep naar huis. Een wereldreis die werkelijk nog buit had opgeleverd.

Thuisgekomen stak hij het beest triomfantelijk naar voren om het aan zijn moeder te tonen. Zij greep hem hard bij de arm en schudde hem doorelkaar. Smerige jongen, neem die vuiligheid niet mee naar huis. Daar kan je hardstikke ziek van worden. Zij wikkelde het beestje in een oude krant, nadat ze het jongetje had opgedragen het beest daar op te leggen. Zelf aanraken wilde zij het niet. Vervolgens stopte ze alles zo diep mogelijk onder het andere afval in de afvalemmer. “Gelukkig komen ze de emmers morgen halen”. Flik dat nooit weer gromde ze hem nog toe. Op zijn arm kreeg hij blauwe plek, zo hard had zij geknepen.

Een paar dagen later gingen ze op bezoek bij oma. Die lag al een tijd op bed omdat ze ziek was. Zij lag altijd op haar rug met de lakens half over haar hoofd geschoven. In het begin werd na het binnenkomen altijd gevraagd hoe “het” er nu uitzag. Waarop het antwoord hem wel intrigeerde. “Het” wordt nog groter. Maar na een tijd hielden zij op de vraag te stellen en maakte dit plaats voor een blik van verstandhouding. Berusting in verdriet was wat hij voelde. Maar opa vroeg wel steeds aan oma: Stek dyn tong es ùt Trientsje. Moeder zei dat dit niet nodig was maar opa drong altijd net zolang aan todat zij het deed. Het jongetje moest maar de andere kant opkijken. Vanochtend bleek zijn standaard vraag niet nodig. Omdat zij, zeiden ze, haar mond niet meer sluiten kon. De andere kant uitkijken hoefde daarom deze keer ook niet.

Tot zijn verbazing bleek dat de grote glanzende donkerblauwe rat waarvan hij dacht dat moeder hem in de vuilnisemmer had gedaan tussen haar lippen geklemd zat. Aan het einde zat een bloederig gat. Daar hadden ze de staart er zeker afgesneden. En toen begreep hij ineens wat moeder had bedoeld en waarom ze bang was geweest. Het leek wel of de pijn in zijn arm al minder was geworden.

8 thoughts on “De oude dame en de rat (uit Sprookjes van Simen Vrederat)”

  1. Het magische realisme van een kind kan voor de ouders soms beangstigend zijn! Voor een kind zijn sprookjes deel van de ons omringende werkelijkheid. Ergens op weg naar volwassenheid verliezen we de magie en veranderd de werkelijkheid in een saaie alledaagsheid.
    Het moet een vrederat zijn geweest.

Comments are closed.