Category Archives: ESSAY

Het menselijk lijden

Iemand zei me: “Ik ga een presentatie houden over de vijf oorzaken van menselijk lijden”.  Waarop ik, altijd snel geinspireerd, reageerde met: “Ik zal ze ook opschrijven, dan kunnen we daarna mooi vergelijken of we op hetzelfde punt uitkomen.

Pas later dacht ik dat het toch eigenlijk wel een vreemd toeval zou zijn wanneer ik op  zo`n vreemd en willekeurig aantal uit zou komen.
Logischer lijkt het me ofwel één ofwel een veelvoud,  afhankelijk op welk abstractieniveau van categorieën je dat aanvat.

Ik wil het daarom liever splitsen in de bron van lijden en de waaier van vormen die daar uit voortgroeit.

De mens is onderdeel van de natuur. Hij wordt aangestuurd door het oeregoïsme van zijn soort. Omdat evolutie alleen werkt in voorwaartse richting (het is onmogelijk een propellervliegtuig in de loop van de constructie om te bouwen tot een straalvliegtuig.), kunnen we niet anders dan dit accepteren als een uitgangspunt.
De zin van het leven is niet gelegen in het geluk of welzijn van het individu, omdat je lichaam slechts vehikel is voor evolutionaire verspreiding van genen. En de natuur is een wedloop waarin ieder individu op jacht is naar voordeel, ook als dat ten koste van een ander gaat. We zijn per definitie gebouwd om met onze medemens te concurreren en hem rücksichtslos te laten vallen als dat ons zo uitkomt.
En dat is dus ook wat we zien en ervaren om ons heen.

Je zou dit de bron van alle kwaad kunnen noemen, ware het niet dat het begrip kwaad niet bestaat in de
natuurlijke staat der dingen. Wel is het de bron van alle vormen van menselijk lijden. En dat zijn er meer als vijf.
Zij komen allemaal voort uit wat er misgaat in de tweede fase van de evolutie van de soort. Het uitbreiden van de zintuigen tot buiten de lichaamsgrenzen (altijd voor zelfbescherming), heeft gigantische vormen aangenomen door het ontwikkelen van een buitenbrein, dat speciaal gemaakt is voor communicatie en samenwerking. Voor het groepsgewijs nastreven van ieders eigenbelang.

Dat buitenbrein, en dat is wat er misgaat, is ontworpen voor een relatief kleine groep. Gezin en kudde, is het oorspronkelijke ontwerp. En niet voor zeven miljard mensen, een getal wat in 2050 lijkt te gaan vermeerderen tot twaalf miljard.
Je zou kunnen zeggen, wat maakt het kortom uit, zo`n paar dode Syriers.
Dat doen we niet, want we verzinnen betere verhalen om ons te verantwoorden. Verhalen die niet meer zo geschikt zijn buiten het perspectief van gezin en kudde.

Vanuit dit geconstateerde gegeven zal ik dan vijf vormen noemen van menselijk lijden, zonder volledigheid te pretenderen, maar wel met een streven naar prioriteit.

  • Alle bestaande myhologie en verhaalkunst zijn anachronismen, nadat de mens zijn perspectief splitste in enerzijds de wereld die zicht- en communiceerbaar is door middel van zijn beperkte fysieke zintuigen en anderzijds de gigantische omgeving die hij dankt aan de extensie van die zintuigen met het gereedschap dat hij maakte.
    Christendom, Islam, Boehdisme, Kapitalisme en Democratie zijn voorbeelden van disfunctionele artefacten, die alle vijf (ja vijf) kunnen worden opgevat als belangrijke oorzaken van menselijk lijden. Onze cultuur is verworden tot anachronisme.
  • Met ons gereedschap hebben we een wereld gebouwd waarin de mens permanent wordt geconfronteerd met het “leven”in de vorm van een “vertoning” van onechtheid, zonder geur of emotie.
    Dit confronteert hem zodanig met de zinloosheid, machteloosheid en existentiele eenzaamheid van zijn bestaan, dat het een grote oorzaak is van menselijk lijden. Temeer omdat het geen tijd en ruimte laat tot echt contact.
    Eenzaamheid is volksziekte nummer één.
  • De mens heeft geen natuurlijke vijanden meer. Alleen de mens zelf is onze natuurlijke vijand, omdat we de evolutie in een circulaire staat hebben gebracht. Door onze omgeving zodanig aan te passen dat het
    evolutie in de verkeerde richting veroorzaakt.
    Reden waarom de mens gemiddeld steeds dommer, ouder en ongezonder wordt. Noodzakelijke eigenschappen voor een rol als consument.
  • Het ontbreekt ons (vooralsnog) aan voldoende organisatievermogen om in gezamenlijkheid tot een ander politiek stimulerend en inclusief systeem te komen. Daarom zitten we vast in een opgelegde maar fictieve schaarste en creëren we niks van waarde, alleen maar marktwaarde. En op zijn simpelst gezegd maakt dat mensen waardeloos.
  • We onderschatten de noodzaak tot inclusief samenleven erg. Onze natuurlijke drang tot onderscheiding, we willen altijd positief zijn, en onze kinderen een mooier perspectief toewensen, ontaard met ieder
    levensjaar meer in gevangenschap omdat we het tegen de klippen van onze machteloosheid op moeten duwen. Pogingen binnen de grenzen van je fysiek zichtbare omgeving te blijven zijn tot mislukking gedoemd.
    Je kunt de televisie uitzetten maar daarmee verdwijnt de wereld niet.
    We zijn slachtoffers die eigenlijk geen slachtofferrol willen accepteren. En worden onszelf een steeds grotere doorn in het oog.

 

 

Onze manier van leven

Het overwegende geluid na het optrekken van de kruitdampen in Brussel. Wat deze terroristen doen is een aanval op onze manier van leven. Dat laten we niet toe want wij zijn met meer.

Niet naar jezelf kunnen kijken is een onvermogen in de menselijke soort die nog het meest naar boven komt wanneer in koor gezongen wordt. Wat is onze manier van leven precies ?

Het antwoord op de kritische vraag van onder andere Peter Vandermeersch, hoofd factchecking NRC kan daar wel enig licht op werpen. Hoe kan het dat de overheid en de geheime dienst en de politie dit allemaal met zoveel gemak laten gebeuren, vraagt hij zich af.

Wel beste Peter, onze manier van leven houdt in dat we een taboe hebben gelegd op het bestaan van een publieke sector. Dat het woord belasting, een voorname bron van inkomsten voor zo’n publieke sector wordt gekwalificeerd als linkse kerkenpraat. Dat we alleen nog energie steken in de markt en de groei en het instandhouden van het fictieve schaarstemodel. En dat we onze heren politici alleen nog beoordelen op hun prestaties daaromtrent. Dat we geen geld beschikbaar hebben voor een manier van laten leven.

Dat is onze manier van leven.

 

 

Begrepen !

Benner, Hockney en Witggenstein (2)

De schilderijen van Benner zijn vastgelegde natuurervaringen die een model zijn die componenten bezitten die relateren aan een werkelijkheid. Zij bevatten het logisch minimum om een afbeelding te zijn die bruikbaar is voor communicatie met wie de afbeelding ontvangt. Er is een boot. Die vaart naar huis. Terwijl de zon bezig is onder te gaan. Het vurige karakter van die zonsondergang geeft aan dat het een warme dag geweest is. En na zo’n dag krijg je koude rillingen wanneer die zon verdwenen is. Dat noopt tot verlangen om nu snel terug te keren. Hier wordt een risico genomen omwille van de drift om het geluk nog even langer vast te houden. Een mogelijke stand van zaken. Een herkenbaar model voor ieder.

(Je kunt mijn standen van zaken vergelijken met die van jou door op de link onderin te klikken)

Een herkenbaar model. Dit in tegenstelling tot onderstaande voorbeelden die ik hier ter vergelijking plaats en becommentarieer.

Hier wordt, althans met mij, niets gecommuniceerd. Ik kan wel zeggen: Kijk een notitieblokje dat op tafel ligt. Maar waarom zou mij het een zorg zijn. Het kan ook een stalenboek zijn voor behang. Vandaar die vlekken op de tafel ? Ik kan mijn fantasie wel laten werken, als bij een Rohrschach-test, maar waar heb ik dan de schilder voor nodig. Is die in zijn vrije tijd behanger ? Een willekeurig stuk beschimmelde muur uit een onbewoonbaar verklaarde woning zou precies hetzelfde met me doen. Ik ben alleen, maar waarom zou een schilder dat er nog eens extra in moeten wrijven.

Hier een bos mensen. De ene ziet er vast wat vrolijker uit dan de andere. Veel felle kleuren. Moet me dat een vrolijk gevoel geven of juist niet ? Hangt dat van de kleuren af. Ik pluk of koop wel een bos bloemen. Daar heb ik dezelfde relatie mee als met mensen die ik nooit life ontmoet heb. Daar komt als voordeel bij dat duizend bossen bloemen nog niet niet de helft kosten van slechts één van de duizend bossen andere mensen die deze mensenhandelaar ons te koop aan heeft geboden.

Schilderkunst moet voor mij net als poëzie een communicatieve functie hebben om iets in mij te raken.

Ik heb voor jou een expositie samengesteld waarin ik tevens duidelijk maak wat er naar mij gecommuniceerd wordt. De bedoeling is dat je het schilderij eerst op je in laat werken. Daarna wordt na ongeveer tien seconden de boodschap aan mij ingevuld. Mijn standen van zaken. Zij bevatten geen waarheidswaarde maar voldoen aan het model dat communiceert.

Met de spatiebalk kun je pauzeren. Met de pijltjestoetsen heen en terug.

Klik hier en bezoek de rondleiding

Begrepen !

Benner, Hockney en Witggenstein (1)

Even een korte samenvatting van Wittgensteins afbeeldingstheorie van de betekenis, geformuleerd in de “Tractatus”, voor we die theorie relateren aan het werk van Gerrit Benner.  Naar mijn mening de schilder die wat betreft het afbeelden van de wereld alle andere abstracte kunstenaars in de schaduw stelt. De enige schilder die ik ken die in staat leek “geluid” te schilderen.
En daarna aan David Hockney en zijn manier om betekenis af te beelden.

1. Wittgenstein in het kort

Er zijn twee aspecten aan een voorstelling. Waarvan is het een afbeelding en is de afbeelding een juiste. Wat betekent het en is het waar. Als voorbeeld ter verduidelijking gebruikte Wittgenstein de uitleg omtrent toedracht van een verkeersongeluk met behulp van speelgoedautootjes. De afbeelding (model) is opgebouwd uit componenten die een relatie hebben met componenten uit de wereld. Zij presenteren een mogelijke situatie omdat die componenten in de afbeelding in een zelfde ruimtelijke relatie tot elkaar staan als in de situatie die wordt afgebeeld. De persoon die afbeeld bepaalt de vorm waarin de afbeelding zich uitstrekt naar de werkelijkheid. Vorm van speelgoedauto en speelgoedfiets en rijrichtingen doen er toe. Het gewicht van de autootjes speelt geen rol. Afbeelding is altijd abstract. Er is altijd een logisch minimum nodig om iets tot een afbeelding te maken. Uit geen enkele afbeelding blijkt zijn waarheidswaarde. Die kan slechts aangetoond door vergelijking met een werkelijkheid.

Ook de propositie, laten we zeggen, de gedachte is een afbeelding. Er is geen wezenlijk onderscheid tussen een tekening, een muziek-compositie, een schaalmodel van een verkeersongeluk, een mening. Alles is gedachte. Er zijn geen beelddenkers of logisch rationele denkers. Alles komt ergens voort uit een vage mentalese constructie onder uit de geest tussen zintuigen en representatie.  Alles is voorstelling van mogelijke standen van zaken zonder waarheidswaarde tenzij vergelijking met de actuele werkelijkheid mogelijk zou zijn.

De consequentie van dit inzicht leid ons naar de vraag: Wat is het nut van wat er wordt afgebeeld. Door kunstenaars, predikanten, liedjesschrijvers, romanciers, dichters, therapeuten of mensen die elkaar hun liefde verklaren.

Terzijde:
Het gaat in het culturele leven in het algemeen (niet alleen in de liefde) altijd om het voorspel en het naspel. De (mis-) daad is altijd bijzaak.  Bijzaak in het spel, maar motor van het streven.

Geen ander doel dan communicatie. Met welk nagestreefd resultaat laten we even in het midden, omdat dit ons brengt naar het genetisch eigenbelang en de (mis-)daad uit het terzijde en daar gaat deze tekst niet over. Het gaat nu over wat het is dat het succes bepaalt van die communicatie, ongeacht een resultaat.

Hoe je in staat bent om de wereld zo af te beelden dat je voorstelling precies dat logisch minimum, die essentie verbeeld dat er bij een partner in het (taal-) spel herkenning is omtrent de mogelijkheid van een stand van zaken. Hoe goed kun je de wereld abstraheren.

Hetgeen ons brengt bij Gerrit Benner in het tweede deel.
En daarna Hockney in het derde.

©Vrederat mei/2015

 

Begrepen !

Sander en Simen over de vrije mening

Sander:

Simen Vrederat, ik wil je graag je mening vragen over iets waarvan ik vermoed dat je dat toch bezig zal houden.

Simen:

Sander Miervet,  je bent me meestal te pragmatisch. Maar het voordeel van pragmatici is dat ze gewoon iets vragen wanneer ze iets willen weten en geneigd zijn ook redelijk goed te luisteren naar het antwoord. Ga je gang dus jongen.

Sander:

Ik had verwacht dat je wel je mening over de laatste gebeurtenissen omtrent vrije meningsuiting op je blog zou zetten. Ik ben gewend dat je je bij zoiets niet onder stoelen of banken steekt.

Simen:

Drie redenen zou je daarvoor als verklaring van me kunnen krijgen:

– Meningen zijn altijd vrij. Er bestaan geen andere. Ze behoeven daarom geen verdediging. En inderdaad bezit ik geen stoelen of banken waar ik iets onder steek. Noch bezit ik enig attribuut van kogelvrij materiaal.

– Meningen zijn bedoeld voor dialoog. Componenten voor discussie of polemiek. Ze bevatten geen vastaande waarheden. Bedoeld als perfecte middelen om iets te leren omdat ze een divergerend denkproces opstarten naar alternatieve inzichten. Er zijn maar weinig mensen die geinteresseerd zijn in meningen. Het merendeel is slechts geinteresseerd in convergentie. Je eigen perspectief bevestigd zien. Dat is waar het voor de meesten om draait. Het internet heeft een tijd gekend dat er een opbloei was in deze interesse. Maar het medium is al snel minder geschikt gebleken voor echte communikatie.

– De vrije mening die wel de interesse wekt is die waarin men zich kan conformeren. En wordt tot een soort oorlogskreet in een partijenstrijd, gestimuleerd door de pers omwille van belangen. En dat beperkt de keuze sterk in het ventileren van een constructieve mening. Dat zit ook in de aard en oorsprong van de mening. Omdat de mening geen waarheid bevat maar niks is dan een taalspel die niet aan de daad vooraf gaat maar een representatie is van je keuzes achteraf.  De vrije mening wordt daarom ook meer en meer geannexeerd door tot de daad geneigde activistische schreeuwers die zich verzamelen in de door de pers verordonneerde groepen. Of zich baseren op wazige anachronistische verzinsels. Natuurlijk mag je Mohammed tekenen. Waarom zou je niet mogen tekenen wat niet bestaat. En waarom zou je denken dat dit een vrije mening was in plaats van een verzinsel dat slechts convergerend denken veroorzaakt in een stammenstrijd. Terwijl ondertussen de zwijgende meerderheid poeziealbumpjes bouwt op twitter en facebook. Was jij ook Charlie ? Ja ik ook. Vond je het ook zo erg dat Poetin onze toeristen heeft doodgeschoten.

Sander:

Kun je mij dan geen vrije mening ventileren waarvan je denkt dat hij geen publieke interesse wekt, gewoon omdat je mij kent als geinteresseerd in het overdenken van nieuwe inzichten. Gewoon alleen voor mij.

Simen:

Dat doe ik graag Sander. En zeker voor pragmatici kan dat zijn vrucht afwerpen. Zij zijn geneigd tot logika maar willen altijd een keuze maken. Geen keuze maken is voor hen toch vaak te moeilijk. Maar je snapt tenminste wel vermoed ik dat de vrije mening zijn waarde slechts ontleent aan het feit dat het niets poneert of verdedigd  of iets van waarheid pretendeert. Maar slechts een aanzet is in taal met geen ander doel dan een betere vorm van communicatie. Maar eigenlijk kun je het al in mijn antwoorden lezen.

Voor jou zal ik iets scherpers formuleren:

De vrije mening moet gebaseerd zijn op een individuele waarneming. Komt altijd voort uit individuele ervaring die niet anders kan worden beschouwd als onontkenbaar als waarneming maar nooit als waarheid waar. Omdat het anders leidt tot groepsvorming rond de daad en nooit kan leiden tot een uitwisseling van ervaringen die slechts de narratieve representatie zijn van de waargenomen daad.

Je zou die franse broertjes kunnen zien als de vertegenwoordigers van een groep waarop geschoten wordt. Betekent dat dan dat iedereen die Charly heet de vertegenwoordigers zijn van hen die de vrijheid verdedigen dat er op hun geschoten wordt ? Ik zou niet graag mijn vrije mening willen delen met Charlie Netanyahu. Jij ?

En trouwens: Waarom die Ruben Oppenheimer zo angstig uit zijn ogen kijkt dat is me een volslagen raadsel.
Hieronder ter illustratie zijn beste want tot op heden de meest kritische afbeelding die ik van hem zag.

lift

Begrepen !

Samen ik (Voorwoord)

Wat aan het voorwoord vooraf ging..

U leest hier een essay dat een beeld geeft van mijn wereldbeeld. Het is onbestorven en lukraak uit mijn “zelf” geperst omdat ik niet het risico wilde lopen dat de stroom opdroogde door het al teveel te redigeren. En zoals gewoonlijk eindig ik dan met het voorwoord.

De algemene bijval die mij ten deel is gevallen heeft mij blij verrast. Ik zal daarom dat redactie werk nog zeker ter hand nemen en er een overzichtelijker structuur in aanbrengen zodat de essentie beter gelijnd wordt en herhalingen (die bij een doorstromende feuilleton onvermijdelijk ontstaan ) worden gesnoeid. Ook kan de taal natuurlijk zeker fraaier vormgegeven.En moeten er wellicht wat noten en bronvermeldingen bij. Er sluipt altijd wel iets in het blote hoofd waarvoor een ander moet geprezen.

Ter toelichting nog dit. Dat de wereld grotendeels verzonnen is was mij al op mijn tiende levensjaar duidelijk. Ik ben altijd omringd geweest door mensen die het een beweerden en het ander deden. Het lezen van de geschiedenis vormde daarna een bevestiging dat collectief gedrag en naar willekeur toegepaste normen de mens en ook de mensheid regeerden. En dat er sterke kracht school in de verleiding van taal die ik door het lezen van ontelbare boeken goed leerde kennen. Kierkegaards bezwering dat er slechts subjectieve waarheden bestaan in schitterende formuleringen gingen er in als koek. Tot ik ontdekte dat ik dat paradoxaal genoeg hanteerde als een algemene waarheid en er niemand was die ik daarmee eens om zijn oren kon slaan om voor mij plaats te maken in de gemeenschap. Dat bijna iedereen je in de steek laat en laat vallen, ongeacht wat je voor hen onmiskenbaar betekende, en in hen investeerde. Na de verplichte gang langs Nietsche (dan maar een vitalistisch maar eenzaam übermensch, en waaraan Flaubert ook driftig heeft bijgedragen) en Marx (een filosoof die zich teveel met de boekhouding bleek te bemoeien naar mijn smaak), werd ik vooral door taal en wel die literatuur die de mens als soort beschreef in zijn handelingen, geinspireerd tot kijken. Kafka, Dostojevski, Celine, Multatuli, Hermans en consorten. Niets dan overal moreel tekort, nergens een oplossing.

Tenslotte was het Wittgenstein die onder woorden bracht wat mij vijftien jaar geleden bleek te passen. De oplossing ligt in het accepteren en onderkennen van het probleem. Daarna zijn alle analytische filosofen weer mensen die schrijven over waar het om gaat. Of misschien wel beter gezegd: Waar het niet om gaat. Waarom het een foute verwachting is dat mensen zouden doen wat ze beweren. Dat het beter is om uit te gaan van wat ze doen en dan te proberen hen er iets juisters bij te leren beweren. Wat als het beter bevalt voor herhaling vatbaar in cultuur kan komen. Dat ze niet kunnen leven zonder theorie of regels en dan een gemeenschap organiseren op basis van eigenbelang van waar uit vrijelijk wordt gevarieerd op eigen regels. En niet in staat zijn dat eigenbelang te collectiveren anders dan door middel van machtstrijd leidend tot asociale structuren, als nodig gepaard met geweld

Het moreel tekort verklaard in plaats van er een pasklare oplossing voor te bieden. Met een open veld om te ontginnen: Hoe kunnen we de taal gebruiken voor een beter verhaal en een wereldbeeld creëeren wat ons weer vooruit kan laten kijken in plaats van met de rug naar de toekomst en gesloten ogen een nieuw millennium in te schuivelen.(Stephen Toulmin). En de laatste regel van de vorige alinea te laten vervolgen met: Tenminste tot nu toe.

De filosofie van de geest van Daniel C. Dennet inspireerde me tenslotte nog het meest tot de dampen die mij hier ontsnapten.

Het is mooi geweest, laat ik beginnen.

Vervolg..
 

Begrepen !

Samen ik (10)

Wat vooraf ging..

Een geloof moet natuurlijk bovenal geloofwaardig zijn. Voor ieder.

Het enige wat we daartoe beschikbaar hebben is de taal waarin we er over moeten communiceren. We moeten er in Wittgensteins formulering een taalspel om bouwen en daartoe een gereedschapkist gebruiken met terminologie waarover we overeenstemming kunnen hebben. Die we als afspraken kunnen hanteren als woorden met niet meer dan verwantschap maar zonder werkelijkheidswaarde. Analytische filosofie leert ons dat we onze beelden vrijelijk kunnen verzinnen. Zoveel hoofden zoveel verzonnen werkelijkheden zou je bijna kunnen zeggen. Afspraken kunnen nooit prescriptief zijn maar vormen als de communicatie slaagt een houvast voor sociaal gedrag. Onder sociaal versta ik: In het algemeen belang is ieder eigenbelang geïntegreerd.

Neem een woord als kindermisbruik. Wat de een er onder verstaat is niet synoniem met wat de ander er onder verstaat. Want niemand kan weten hoe een ander zich voelt misbruikt. Er kan zelfs de situatie ontstaan dat de volwassen opvoeder of groepsgenoot misbruik voelt terwijl het kind dat helemaal niet zo ervaart. Het heeft nog geen geloof noch voldoende in de opvoeding meegekregen. Het kent nog geen gebod: Gij zult geen sexuele drang hebben wanneer gij minderjarig bent. Het gevoel van misbruik komt dan later wanneer dat tekort is opgeheven. En geeft dan nog een verdubbeling in het geloof aan schuld.

Toch hebben we een publieke afgesproken betekenis nodig om in de cultuur en opvoeding in te bedden zodat we er naar leven. We hebben al gezien dat een godsdienstige opvoeding niet voldoet in dit opzicht. Beter is een geloof dat zich dichter bij onze genen bevindt. Daar ligt immers waarschijnlijk de oorsprong van onze onmiddelijke afkeer. Op dezelfde plek waar het de dader tot zijn actie noopte. Er is een drang en er is een drang om kinderen te beschermen. Het geloof er bovenop kan de drang niet wegnemen. Maar kan het duidelijk wel bevorderen dat het zich voordoet als bedreiging. De drang aanvaarden en de drang tot effectieve bescherming moet de essentie zijn van het publieke begrip kindermisbruik. Iets waartegen je een kind beschermt net zoals je dat kind ook niet door een leeuw zou laten opeten of van een rots zou laten vallen. Leeuwen, afgronden en pedofielen moet je op tijd herkennen. Hoe meer je er van weet hoe beter dat gaat. En hoe beter je de omgeving inricht, zodanig dat ze contrasteren hoe beter dat gaat. Voor dat laatste moet je vooral accepteren dat de drang ook in jezelf bestaat al kun je die op voor jezelf bevredigender manieren afreageren er andere grenzen bij hanteren of een meer gebruikelijke hormoonspiegel bezitten. Want er is echt geen priester in je brein die juist jou tegenhoudt.

Dit is een willekeurig voorbeeld. Verzin geen theorie die zegt dat we leeuwen en pedofielen moeten afmaken of afgronden moeten dempen. Blijf zo dicht mogelijk bij je “zelf” met je verzinsels. Zoals ik het Stephen Toulmin ooit hoorde formuleren: “De practijk behoeft niet voor het hooggerecht van de theorie te verschijnen”.

Als alles verzinsel is, dan kan ook alles als waarheid worden gepresenteerd. We kunnen ook filosofie niet anders beschouwen dan als een ladder die we kunnen weggooien als we hem beklommen hebben. Maar we kunnen toch ook niet zonder ladder. Vandaar mijn voorstel anachronistische ladders weg te gooien. En plaats te nemen in het ruimteschip. U kunt als u dat wilt van alles lenen uit de bibliotheek van eeuwig terugkerende van gedaante wisselende mythen en verhalen. Het staat u ook vrij om zelf te fabuleren op uw menselijke natuur. Als u maar niets doet of bedenkt wat uw medereizigers verhindert om hun reisdoel te bereiken. Er wordt van u verwacht dat u zich inspant en meewerkt aan een onbelemmerde vaart. Het is verboden maskers te dragen tijdens dienstverlening ten behoeve van de besturing van het schip, op de afdeling “voorlichting en statistiek” en tijdens distributie van benodigdheden. In alle ruimten geld dat u zelf verantwoordelijk blijft voor uw eigen daden.

Er hoeft geen stoelnummer te worden gereserveerd. U mag overal gaan zitten. Er wordt u nog een lijst aangereikt voor welke afdeling u zich als vrijwilliger kunt aanmelden.

Vervolg..

Begrepen !

Samen ik (9)

Wat vooraf ging..

De afstand tussen ons in handelingen reagerend Mentalese brein en de daar bovenop gebouwde structuren van verantwoording kan minder groot of groter zijn. Het tussenliggend chemisch proces is (nog) een raadsel. Die afstand wordt vergroot door het tijdsverloop. Het wereldbeeld waarin we ons verantwoorden is per definitie een anachronisme. Die wereldbeelden bevatten wel tijdloze basispatronen die steeds in latere tijden in andere culturele gedaanten terugkeren. En ook zijn in principe verzinsels, we moeten het er mee doen omdat we niks anders hebben. Verhalen van mensen zijn afspiegelingen van waarnemingen in de natuur. Persephoné reist ieder jaar naar de onderwereld onder dwang van de god Hades en na een half jaar keert zij dan terug. Een andere manier om iets te verklaren over de wisseling van zomer en winter in de tijd dat we nog geen weet hadden van de beweging van planeten. De wetenschap maakt oude verklaringen tot verhalen. Maar die verhalen geven een blijvende indruk welke gebeurtenissen ons brein mee hebben opgebouwd. En hoe ouder de verhalen hoe mooier. De interesse die we hebben in ons eigen spiegelbeeld eerst voor en daarna na het beslissende moment dat we begrepen wie het was die we daar zagen. Biologen gebruiken dit laatste als een test die het bewustzijn bewijst bij andere soorten als apen en olifanten. Die vegen met hun slurf de vlek weg na hem in het spiegelbeeld te hebben waargenomen. De mens dacht in eerste instantie dat hij zijn schim vooruit zag die al opgenomen was in het schimmenrijk. Na zijn besef van spiegeling is dat geworden tot het hemelrijk. De schim is ziel geworden. De olifant zal ook zo zijn gedachten hebben.

We moeten onze verhalen niet beoordelen op het nonsikale karakter ervan. Maar de anachronismen er in herkennen, het destructieve karakter daarvan en tegelijk er de eeuwigheidwaarde van wat ons bezighield er uit behouden. Om de functie die het heeft te herstellen. Het scheppen van een preciezer wereldbeeld. Omdat we niet leven in de wereld maar leven in een wereldbeeld. Geen heil kunnen verwachten van de wereld maar enkel van ons wereldbeeld. Daar ligt ook onze vrijheid in opgesloten. De vrijheid zelf een wereldbeeld te creëren Waarin we niet langer altijd voelen dat de medemens principieel onbetrouwbaar is, maar waarin het besef bestaat dat hij net als jezelf betrouwbaar is in zijn eigenbelang. Dat hij altijd met je is als hij je eigenbelang kan zien en respecteren en dat hij je wanneer het wereldbeeld hem dwingt en brengt in situaties van angst of gevaar, meestal in de steek zal laten of verlaten. Dat hij alleen uit liefde misschien een keer zijn receptoren uitschakelt. Maar ook dat doet hij dan nog vanuit een groter eigenbelang angst en gevaar te vergeten. Omwille van het spel geluk.

Als ethiek, esthetica en metafysica in principe nonsikaal zijn dan is alles boven wetenschap dus geloof. Die wetenschap is de verlenging van onze zintuigelijke ervaring. Die wetenschap moet net als de zintuigen alle kanten uitkijken en niet worden gestuurd door geloof zodat het tot een gekleurde bril wordt in plaats van tot een bril. Het sterk uitvergrotende effect op gekokerde maatschappelijke interesses kan geloof gemakkelijk en riskant als wetenschap vermommen. Er ligt een onontgonnen probleem voor wetenschapsfilosofie dat zich tot nu toe nog niet opvallend bezighield met de intentionaliteit van wetenschappelijke waarneming. Wat wil de wetenschap onderzoeken en niet alleen maar hoe het als waarheid gefundeerd moet worden ? Hoe kan de wetenschap zorgen dat ons wereldbeeld zo dicht mogelijk bij de wereld blijft betrokken. En zorgen dat tele- en microscopen niet alleen nog grotere spoken zien dan onze ogen ons soms al hebben hebben doen geloven.

Geloof werkt alleen als iedereen er ook collectief in gelooft. Collectief geloven doen we alleen maar in dezelfde gemeenschap. Dus is het tijd dat we allemaal kosmonauten worden in ons ruimteschip, in plaats van uit een rare hemel als permanente straf op aarde te zijn geworpen en dat een onbekende illusionist voor ons gestorven is aan het kruis en daarmee al onze persoonlijke verantwoordelijkheid heeft afgenomen. Of te blijven denken dat we allemaal eens zullen ontwaken tot of verlicht zullen worden door een alomvattend inzicht dat nog ruimer is bemeten dan ons al zo gigantisch brein in slechts acht stappen.

Geloof heeft sterk de neiging je te ontslaan van je verantwoordelijkheid. Omdat het immers essentieel verantwoording is voor je daden. Zo zegt Karel Appel dat het god is die zijn hand bestuurt als hij schildert. En dat wij gewone mensen dat niet kunnen begrijpen. Tot mijn vreugde zou ik zo zeggen. Soms bedenkt men ook een alomtegenwoordige geest waarvan alles is doortrokken altijd. Maar het gemakkelijkst in de vorm en op het moment dat het beste uitkomt in mijn waarneming. Vaak hoor je ook dat mensen zeggen: Er was iets in mij wat me stuurde. Ik zeg dan: Jazeker dat was jij.

Een geloof moet natuurlijk bovenal geloofwaardig zijn.

Vervolg..

Begrepen !