Category Archives: PROZA

Het menselijk lijden

Iemand zei me: “Ik ga een presentatie houden over de vijf oorzaken van menselijk lijden”.  Waarop ik, altijd snel geinspireerd, reageerde met: “Ik zal ze ook opschrijven, dan kunnen we daarna mooi vergelijken of we op hetzelfde punt uitkomen.

Pas later dacht ik dat het toch eigenlijk wel een vreemd toeval zou zijn wanneer ik op  zo`n vreemd en willekeurig aantal uit zou komen.
Logischer lijkt het me ofwel één ofwel een veelvoud,  afhankelijk op welk abstractieniveau van categorieën je dat aanvat.

Ik wil het daarom liever splitsen in de bron van lijden en de waaier van vormen die daar uit voortgroeit.

De mens is onderdeel van de natuur. Hij wordt aangestuurd door het oeregoïsme van zijn soort. Omdat evolutie alleen werkt in voorwaartse richting (het is onmogelijk een propellervliegtuig in de loop van de constructie om te bouwen tot een straalvliegtuig.), kunnen we niet anders dan dit accepteren als een uitgangspunt.
De zin van het leven is niet gelegen in het geluk of welzijn van het individu, omdat je lichaam slechts vehikel is voor evolutionaire verspreiding van genen. En de natuur is een wedloop waarin ieder individu op jacht is naar voordeel, ook als dat ten koste van een ander gaat. We zijn per definitie gebouwd om met onze medemens te concurreren en hem rücksichtslos te laten vallen als dat ons zo uitkomt.
En dat is dus ook wat we zien en ervaren om ons heen.

Je zou dit de bron van alle kwaad kunnen noemen, ware het niet dat het begrip kwaad niet bestaat in de
natuurlijke staat der dingen. Wel is het de bron van alle vormen van menselijk lijden. En dat zijn er meer als vijf.
Zij komen allemaal voort uit wat er misgaat in de tweede fase van de evolutie van de soort. Het uitbreiden van de zintuigen tot buiten de lichaamsgrenzen (altijd voor zelfbescherming), heeft gigantische vormen aangenomen door het ontwikkelen van een buitenbrein, dat speciaal gemaakt is voor communicatie en samenwerking. Voor het groepsgewijs nastreven van ieders eigenbelang.

Dat buitenbrein, en dat is wat er misgaat, is ontworpen voor een relatief kleine groep. Gezin en kudde, is het oorspronkelijke ontwerp. En niet voor zeven miljard mensen, een getal wat in 2050 lijkt te gaan vermeerderen tot twaalf miljard.
Je zou kunnen zeggen, wat maakt het kortom uit, zo`n paar dode Syriers.
Dat doen we niet, want we verzinnen betere verhalen om ons te verantwoorden. Verhalen die niet meer zo geschikt zijn buiten het perspectief van gezin en kudde.

Vanuit dit geconstateerde gegeven zal ik dan vijf vormen noemen van menselijk lijden, zonder volledigheid te pretenderen, maar wel met een streven naar prioriteit.

  • Alle bestaande myhologie en verhaalkunst zijn anachronismen, nadat de mens zijn perspectief splitste in enerzijds de wereld die zicht- en communiceerbaar is door middel van zijn beperkte fysieke zintuigen en anderzijds de gigantische omgeving die hij dankt aan de extensie van die zintuigen met het gereedschap dat hij maakte.
    Christendom, Islam, Boehdisme, Kapitalisme en Democratie zijn voorbeelden van disfunctionele artefacten, die alle vijf (ja vijf) kunnen worden opgevat als belangrijke oorzaken van menselijk lijden. Onze cultuur is verworden tot anachronisme.
  • Met ons gereedschap hebben we een wereld gebouwd waarin de mens permanent wordt geconfronteerd met het “leven”in de vorm van een “vertoning” van onechtheid, zonder geur of emotie.
    Dit confronteert hem zodanig met de zinloosheid, machteloosheid en existentiele eenzaamheid van zijn bestaan, dat het een grote oorzaak is van menselijk lijden. Temeer omdat het geen tijd en ruimte laat tot echt contact.
    Eenzaamheid is volksziekte nummer één.
  • De mens heeft geen natuurlijke vijanden meer. Alleen de mens zelf is onze natuurlijke vijand, omdat we de evolutie in een circulaire staat hebben gebracht. Door onze omgeving zodanig aan te passen dat het
    evolutie in de verkeerde richting veroorzaakt.
    Reden waarom de mens gemiddeld steeds dommer, ouder en ongezonder wordt. Noodzakelijke eigenschappen voor een rol als consument.
  • Het ontbreekt ons (vooralsnog) aan voldoende organisatievermogen om in gezamenlijkheid tot een ander politiek stimulerend en inclusief systeem te komen. Daarom zitten we vast in een opgelegde maar fictieve schaarste en creëren we niks van waarde, alleen maar marktwaarde. En op zijn simpelst gezegd maakt dat mensen waardeloos.
  • We onderschatten de noodzaak tot inclusief samenleven erg. Onze natuurlijke drang tot onderscheiding, we willen altijd positief zijn, en onze kinderen een mooier perspectief toewensen, ontaard met ieder
    levensjaar meer in gevangenschap omdat we het tegen de klippen van onze machteloosheid op moeten duwen. Pogingen binnen de grenzen van je fysiek zichtbare omgeving te blijven zijn tot mislukking gedoemd.
    Je kunt de televisie uitzetten maar daarmee verdwijnt de wereld niet.
    We zijn slachtoffers die eigenlijk geen slachtofferrol willen accepteren. En worden onszelf een steeds grotere doorn in het oog.

 

 

Turing

Alle jaargangen stuurde ik werk in voor de Nationale Gedichtenwedstrijd. Zonder bijgedachte koos ik voor wat ik zelf mijn beste werkjes vond. Omdat ik waarde hecht aan originaliteit, of beter gezegd een hekel heb aan cliche, word ik in het algemeen gekwalificeerd als ontoegankelijk. Persoonlijk benoem ik dat als een rotsvast vertrouwen in de beoogde lezer. In zijn verbeeldingsvermogen, maar ook in zijn wens dat er wordt ingegrepen in zijn verwachtingshorizon. Zonsondergangetjes, Vaders en Moeders en dementie doen het altijd goed. Maar de Hooftprijs is geen Herman Brood-trommel.

Ik had mij dan ook niet verdiept in wat er speelt achter de Turingschermen. Toen ik na twee keer het gevoel kreeg dat ik in het geheel niet werd opgemerkt dacht ik, “ik ben daar gek”, ik ga mijn sponsorschap niet continueren door ieder jaar lootjes te kopen. Ik moet eens kijken wat daar eigenlijk gebeurt.

De eerste ronde is een massale leesronde die een beetje vergelijkbaar is met the Voice of Holland. De beste manier om daar door heen te komen wordt natuurlijk niet door mijn opvattingen gegarandeerd.

Ik zocht daarom het volgend Turing jaar de wat meer  populaire themas op of wat daaraan zou kunnen doen denken. Gedichten die in mijn eigen beleving simpel te begrijpen zijn.  Maar toch nog steeds geschreven vanuit mijn vermeende overschatting van de lezer. Dat was duidelijk niet voldoende.

Nog verder denkend begreep ik ineens de spagaat van het systeem. Hoe gemakkelijker en toegankelijker de tekst hoe groter de kans de stoelen te laten draaien. Maar waar je bij the Voice in het vervolg een ander nummer kan kiezen, kom je bij Turing in de wedstrijd met hetzelfde pak aan. Waarmee je kansen dan in die fase juist weer  minder optimaal zijn.

Dit bracht me in 2013 tot het besluit om voor Turing, naast mijn eigen keus ook een speciaal nummer te schrijven, speciaal gericht op de winst.

Www.vrijheid.

zette ik er boven.

Normaal zet ik de titel op het laatst, deze keer begon ik er mee.
Niet goedkoop, maar wel erg toegankelijk, gericht op een onderwerp dat in de markt ligt, met een lezer in gedachte die beduidend jonger is dan ik zelf, en niet te zelfgericht. En uiteraard op het gevoel in beide stadia te kunnen worden opgemerkt ook door de historie der top-honderden eens door te kijken.

En tot mijn innige tevredenheid leverde dit inderdaad gedraaide stoelen op. Tot mijn nog grotere vreugde bleek uit de beoordeling daarnaast dat ik de top-100 ook nog op een haar van ongedefinieerde dikte had gemist. Dan had ik zelfs in de echte wedstrijd gezeten. Die vreugde verbaasde me terdege. Want zilver telt niet, ik ga uitsluitend voor goud, daar heb ik mijn hele leven op afgestemd.

Beoordeling:

Aanvankelijk lijkt dit gedicht op een slimme vondst te draaien. Wanneer in de laatste strofe de ‘voornaam van je moeder’ ter sprake komt, krijgt het echter een diepere dimensie: zonder zijn lichtvoetigheid te verliezen wordt het nu een poëtische reflectie over het onherroepelijke voorbijgaan van de tijd en het leven, de feilbaarheid van het geheugen en de universele maar onmogelijke wens om, samen met alles wat men liefheeft, de tijd en de vergetelheid te kunnen overstijgen. Ook in de tweede ronde nog één van de allerbeste inzendingen.

Ik ga het komend jaar beslist opnieuw voor enkele gedichten in de broodschrijf-modus. Maar zal daarnaast ook de gewone lootjes blijven kopen.

Begrijp me niet verkeerd. Ik wil beslist niet suggereren dat ik de winnaar zie als aangewezen door het lot.(Kijk als het proza is heb ik die lezers-overschatting kennelijk niet)

Begrepen !

Selfie

De grootste interesse van de mens is vermoedelijk de mens. Minstens de helft van zijn leven, zeg maar tot aan het moment dat hij nageslacht ter aarde brengt, besteedt hij aan het maken van zijn zelfportret. En brengt zichzelf daartoe in allerlei poses met behulp van (a-)sociale media. Poses en vermommingen met botox, tattoos, opgespoten borsten en andere spiegeltjes en kraaltjes om dreigende schaamte te bedekken.

Schaamte voor wie ?

In de uitwisseling van ik en jij blijft het perspectief van de derde persoon de hoofdzaak. Iets of iemand dat van buiten naar ons kijkt, ons bestuurt en waaraan we de verantwoordelijkheid kunnen overdragen. God, Freud, Marx, Nietsche, Vishnu of welke naam we maar geven aan aan welke zinloze theorie of grote roerganger.Hoe moeilijk of onmogelijk is het om van dit alles afstand te doen en de volkomen zinlose leegte te aanvaarden.

De mooiste informatie over het nu en de toekomst is te vinden in de geschiedenis. Want het verleden is alles wat we hebben al biedt ook dit slechts de onzekerheid die vast zit aan ons wazig zicht. Maar het is wel bloedstollend intrigerend. Een archeologische opgraving in Engeland leverde een vondst van veertien lijken uit de ijzertijd (per locatie verschillend zo’n 1000 jaar voor “christus”).

Het is bekend dat er in die periode geen gewoonte was om mensen te begraven. Dat werkte net als bij de paarden in de Oostvaarderplassen. Wie dood ging bleef liggen op de plek waar dat gebeurde. Maar voor iemand die speciaal was werd wel iets geregeld. Onderzoek wees uit dat alle veertien personen mismaakt waren door ziekte. De eenzijdig verlamden en de personen met grote gezwellen aan hun gezicht werden beschouwd als bijzonder want door de goden aangeraakt. En verdienden daarmee dus een speciale behandeling.

Zo ook de “Chariot-Queen”, gevonden op een andere plek (in Yourkshire), die een scheef gezicht had vanwege een reusachtige hematoom en tesamen met een wagen in een graf op de grote reis gestuurd was. Het nabouwen van de Chariot met replicas van de gevonden resten leverde een voertuig op dat aantoonde hoe ver de technologie al was gevorderd.

Wat ze ook had meegekregen was een ijzeren spiegel die verpakt had gezeten in een I-padhoesje van otterbont. De mensen in de ijzertijd waren alleen maar in staat om hun eigen gezicht te zien in stilstaand water. En het water was de andere wereld waar de goden zich bevonden. Er werd om deze reden in die tijd ook geen vis gegeten. De otter was een magisch wezen dat de godenwereld met de mensenwereld verbond. Alle graven uit de ijzertijd zijn om die reden gesitueerd in de buurt van water. Nog een manier om met die onderwereld in contact te komen, wat natuurlijk zeer gewenst was na je dood, was een zo glad mogelijk gepolijste ijzeren spiegel.

Waarin zich al de schim bevond van je selfie.

 

Begrepen !

De geschiedenis kent geen tijd (uit Sprookjes van Simen Vrederat)

Een vader liep met zijn kinderen door de hoofdstraat van een vreemde stad. Zij waren op doorreis en hadden tijd over. De postkoets zou pas later in de volgende avond vertrekken. In de straat waren uitsluitend klokkenwinkels. De klokkenindustrie was een specialiteit van de streek.
De klokken hadden allemaal een slinger die in plaats van heen en weer van links naar rechts, een op-en-neerbeweging maakten. Het was mooi om te zien hoe de mensen die voor de glazen stonden te kijken met hun hoofden ook een op-en-neerbeweging maakten. Alsof ze heel blij en tevreden bevestigden wat ze in de etalage zagen.

Aan het einde van de straat die vanwege het feit dat hij heel steil opliep een flinke inspanning vergde, stond een grote kathedraal. Met enorme zware houten deuren waarvan er een geopend was. Aan de kant ervan op een klein houten klapstoeltje zat een wat oudere man in een keurig strak gesneden pak. Hoewel het pak er strak uitzag was duidelijk te zien dat het de man toch enige maten te groot was. Het leek alsof hij zijn ledematen voortdurend rekte en strekte om dit effect te bereiken. Het oudste jongetje dacht: “Hij oogt haast als een kledingrek al kan hij dan ook spreken en bewegen”.

De man sprong op gaf de vader een hand. “Kirstein”. “Kirstein is de naam, Ludwig Kirstein”. “Mijn vader was de Opperprefect van dit district”. “We stammen uit een eeuwenoud geslacht en hebben er altijd een bijzonder genoegen uit geput de geschiedenis van de streek en van de mensen die er wonen voor het nageslacht te bewaren en er over te verhalen, aan de bezoekers van onze stad”.
“Wilt u mij maar volgen. Dan zal ik u uitleg doen bij de beelden, wandschilderingen en gebrandschilderde ramen. Van de mooiste kerk uit de, met menselijke middelen bereikbare, omgeving”.

Het werd een boeiende maar ook vermoeiende middag. De Vader, en ook de kinderen hingen aan de lippen van de oude man. Opzienbarend was de welvaart van de omgeving, en hoe deze was afgebeeld in schitterende en oogverblindende beelden gemaakt door de meest wereldberoemde genieën. Allemaal financieel mogelijk gemaakt door telgen van de familie Kirstein. Waarvan de sociale krachten, intelligentie, vooruitziende blik en visie van geslacht op geslacht garant hadden gestaan voor het geluk en voorspoed van allen. Weldoeners van het meest buitenproportionele formaat.

En Ludwig stroomde duidelijk over van trots. Hij sprak nu en dan met zoveel begeestering dat hij wild zwaaide met zijn armen, dat zijn ogen leken te vonken en dat straaltjes gelig speeksel uit zijn mondhoeken glinsterend met zijn woorden naar beneden liepen. Vooral toen hij het verhaal deed van oudoom Ambrosius die de op-en-neerbeweging had uitgevonden die zo kenmerkend was voor alle klokken uit de streek.

Toen de avond viel en de kinderen naar huis moesten was Ludwig nog lang niet klaar met zijn verhaal. In zijn voorstel met hun mee te gaan en met hun het avondmaal te delen werd van harte ingestemd. Hij zou dat ook accepteren als een afdoende beloning.
Aldus gebeurde. Er kwam een grote kan wijn op tafel. Terwijl Ludwig vertelde
at hij niet zo veel, maar dronk wel flink van de wijn. Zoveel dat er twee maal een nieuwe kan moest worden besteld. En na de derde kan kwam hij ook zelf tot het inzicht dat hij zijn verhaal vanwege verregaande vermoeidheid van ieder moest pauzeren.
Nadat hij aanbood het de volgende dag te vervolgen sprak de vader dat ze daar geen tijd voor hadden. Maar dat hij wel tijd had nog wat van de wijn te kopen. De wijn waarvan Kirstein de hele avond de kwaliteit zo had geprezen en die door een andere telg van de Kirsteins werd gemaakt en verhandeld. Vanuit het pand waar Ludwig ook woonde zoals hij na diverse malen indringend vragen had verteld.

De volgende dag liepen de Vader en de kinderen langs de kerkdeur waar ze met Kirstein hadden afgesproken. Hij zou hen meeleiden naar zijn woning en hun begeleiden bij de aankoop van de wijn. De prijs zou schappelijk zijn omdat de wijnhandelaar immers een familielid van hem was. Toen ze hem aantroffen bij de kerk had hij net een andere voorbijganger aangesproken. Ze hoorden hem op afstand roepen: “Kirstein is de naam, Ludwig Kirstein”. Het was duidelijk dat hij opnieuw tot zijn plicht was geroepen. De loodzware plicht om aan de wereld door te vertellen wat zijn voorvaderen wel niet voor de wereld en zijn bewoners hadden betekend. Hij hield verontschuldigend zijn grote gulle handen naar hen op, hetgeen hen deed berusten dat hij voor hen verder geen tijd meer beschikbaar had.

Later op de avond verliet de postkoets de stad met de vader en de kinderen aan boord op weg naar hun volgende bestemming. De vader zag door het raampje aan de achtermuur van de kerk, een grote groep haveloze mensen, het leken zwervers op de grond zitten en tegen de kerkmuur leunen.
Wat zijn dat voor mensen vroeg hij aan de man die naast hem zat en die op zijn schoot een klok droeg die hij kennelijk in één der winkels had meegenomen.
Die mensen zitten daar al jaren zei de man. Dat zijn de mensen die alleen de tijd bezitten. Ze schijnen te beweren dat negenennegentig procent van de mensen geen klok meer nodig hebben.

In het midden van de groep zagen ze plotseling een oudere man op een klapstoeltje zitten. “Dat is Ludwig”, riep het oudste zoontje uit.
De man naast hen keek verbaasd naar hem, terwijl de koets koers zette naar de volgende met menselijke middelen bereikbare omgeving.

Begrepen !

Het onnavolgbare leven van de blogger deel5

Navolgen vervolgd…..

Broertjes ijsbeerde met grote passen door de redactieruimte naar zijn voor de – doorgaans ingezakte – stand van zijn lichaam geprepareerde stoel. Hij wierp een verstoorde blik op de lege desk van zijn laatst aangenomen resource.

Ze was er wéér niet.

Misjaaaaa…, Misjaaaaaa…….. Misja kwam snel aangeschoten uit een zijdeur.

“Waar is die .. hoe heet ze… ?” “Aliza” vulde Misja haastig aan.

“Als die eens voor gewoonte nam , al was het één keer per maand, op kantoor te komen dan zou ik haar naam kennen en haar niet zoals laatst per ongeluk aanspreken met Hugo Borst. Een freudiaanse vergissing, omdat ik kennelijk toch nog ergens iets vrouwelijks in haar wilde ontdekken”.

“Bel haar, zeg dat ze binnen een half uur hier verschijnt. Dit is toch niet geloofwaardig meer. Twee maanden voor een flutartikeltje over een flutonderwerp als webloggen”.

Illustratie: Ina Dijstelberge

Drie kwartier later arriveerde Aliza. Misja liet haar zwijgend passeren. “Ik laat haar vandaag aan Broertjes over”. Deze keek haar niet eens aan toen ze in een stoel zonk en haar vastgeplakte haar nog uit haar gezicht moest vegen. En .? En.? Herhaalde hij ongeduldig zonder haar aan te kijken.

“Ja ik ben inmiddels aardig thuisgeraakt in het weblog-wereldje en denk nu snel aan de tekst te gaan beginnen”.

Beer deed zijn rechterhand onder zijn hoofd en keek haar meewarig aan. Na een aantal diepe zuchten begon hij zacht en vaderlijk vermanend tegen haar te praten.

“Luister eh Ah..Ah..” “Aliza” vulde zij haastig aan. “Ik werk hier nu acht jaar. Wat ik hier maak is een kwaliteitskrant weet je. Hoe lang denk je dat we dat nog vol gaan houden als iedere tekstschrijver twee maanden de tijd zou nemen voor een lulverhaaltje wat als versiering dient om de consument in goede banen te leiden”.

“Je wilde graag over webloggers schrijven. Ik laat jou de keus omdat ik denk dat dat gemakkelijker voor je is. Maar het mag ook gaan over de psychische druk die acne met zich meebrengt hoor, als je denkt dat je je dan sneller in kan leven”.

“Zoiets moet klaar zijn in een dag. Hoe moeilijk kan het wezen ? Neem pakweg de zoon van Henk Bleeker als voorbeeld. Die zag er op de CDA-landdag pokdalig en gemazeld genoeg uit. Dan zitten we gebeiteld. In het voorbijgaan propageren we terloops de gedachte dat CDA-ers gewone mensen zijn al werken ze in de chemische oorlogsvoering.”

“Het moet interessant zijn maar tegelijk de consumptie, stimuleren.

Ik zal je helpen. Wat doet zo’n blogger nu helemaal. Hoe zo is die niet na te volgen”.

“Iets produceren.. ” probeerde Aliza zachtjes.

Maar snel slikte ze de laatste lettergrepen in toen ze zag hoe donkerrood het gezicht van Broertjes van kleur verschoot.

Met beide handen naar zijn hoofd simuleerde hij “neeeeee …… gotverdr..” rochelend een hartaanval.

“Consumeren”, schreeuwde hij. “CONSUMEREN !!” “Daar gaat het om ! Word wakker Nederland !!”

“Een blogger is een stroomverbruiker. Die in de nacht tot een uur of 4 twee computers en minimaal 3oo watt verlichting heeft ingeschakeld . Die een camera wil kopen als zij ziet hoe een andere Drentse dame haar kat heeft geschoten tussen de begonias. Gewoon een kleine inventarisatie dat is alles wat het vergt. Ze bezoeken als het meezit elkaars expositie en verstoken zo benzine of doen goede zaken voor de NS. Waarom denk je dat we een online-webshop hebben met culturele artikelen.”

Ik geef je nog één kans. Het is jouw geluksdag moet je maar rekenen. Je maakt 750 woorden voor me. Die zijn vanmiddag klaar. Je mag nog steeds voor Bleeker kiezen als je liever wil. Die 750 woorden mogen niet over de persoon van de blogger gaan. Dat willen onze opdrachtgevers niet. En zeker niet over ideeën, of over zaken die de overheidsstatistieken tegenspreken. Begrijp je de bedoeling ??

Paar voorbeelden: B. Logger maakt met zijn Canon E-350 s-2.3/15-500 mm elke week een foto. Als hij thuiskomt na zijn reis (hij draagt daarbij graag Hevea-laarzen omdat daar van die ruwe zolen onder zitten) gaat hij direct aan de koffie. Hij maalt zelf zijn bonen die hij haalt bij Simon Levelt. Daarnaast maakt hij dan die landschapjes graag na in van die speciale in water oplosbare olieverf.. etc etc.

Daar heb je al 60 woorden. Ik maak een tiende van het hele stuk in drie minuten.

“Oh ja.. en dan nog dit.. Broertjes’ gezicht verstrakte. Ik stel het niet op prijs als de dames in dit kantoor proberen de gemiddelde havenarbeider kwa taalgebruik naar de kroon te steken. Lullensmid ? Lullensmid ? Wat is dat ? Dat zegt een vrouw toch niet in gezelschap”.

“Veel succes enne.. neem al die rozen mee die hier overal rondslingeren”.

Begrepen !

De bodem van de Middelzee (uit Sprookjes van Simen Vrederat)

Heel heel lang geleden, in de tijd dat het nog iedere winter winter was woonde een jongeman in een landhuis op het platteland. De landheer van het huis was verzot op eenden. Het huis stond midden in een wijds landschap van grasland en sloten, midden in de drooggelegde Middelzee. De jongeman sliep in een houten kist waar hij de ochtenden ontwaakte in een bed van reukloze ijsbloemen.

Hij stootte dan met kracht het vastgevroren kozijn van het kleine raampje open en ging op een krukje staan zodat hij over de rode daken de ijsbaan kon zien. Daar werd geschaatst in eindeloze rondjes. Uit de muziekinstallatie schalde: this could be the last time, this could be the last time.

De landheer besteedde zijn tijd aan het oprichten van hekwerken van palen en gaas omdat hij wilde dat de eenden waar hij zo verzot op was dicht in zijn buurt bleven.

De jongeman keek naar de landheer en verbaasde zich. Zou hij niet in de gaten hebben dat ze als ze dat zouden willen zo over het hek konden vliegen.

Maar hij zei er niets van en schikte zich in zijn rol om hier en daar wat aan de andere mensen uit te leggen, zodat zij beter begrepen waarom de dingen liepen zoals ze liepen. Die uitleg werd hem veel gevraagd en dat gaf hem het gevoel een prins te zijn.

Tot op een zekere dag de winter niet meer terugkwam en hij bij het opstaan zag dat alle palen waren weggehaald. Hij vroeg de landheer wat er was gebeurd.

Deze sprak, “ik had er geen aardigheid meer in” en heb ze daarom weggehaald, ze waren ook vermolmd en toe aan onderhoud. De jongeman liep het erf af, langs het zwarte snelstromende water van het kanaal. Aan de overzijde bewoog van alles. Besefte plotseling met grote zekerheid dat hij nooit vrij zou kunnen zijn. Waarna hij de terugweg naar het landhuis koos en merkte hij dat hij was veranderd in een kikker.

 

Begrepen !

De oude dame en de rat (uit Sprookjes van Simen Vrederat)

Er was een jongetje dat uit school gekomen besloot de grote oceaan te gaan oversteken. Hij liep daarom het water in en roerde voor zich in het water met de boomtak die hij van de kant had meegenomen. En peilde daar de diepte mee omdat hij begreep dat hij in een kuil zou kunnen stappen waardoor zijn sokken nat zouden worden. Hoewel de afstand eerst onmetelijk leek voelde hij zich machtiger worden bij elke stap omdat hij zag dat de afstand naar de overkant snel minderde.

Toen zag hij plotseling voor zich een prachtig sierlijk zacht en aaibaar dier voorbijdrijven. Hij greep het bij de staart en tilde het uit het water. Het was een rat die donkerblauw glansde en tot zijn vreugde een echt gezichtje had. Blij met zijn vondst liep hij door naar de kant en liep naar huis. Een wereldreis die werkelijk nog buit had opgeleverd.

Thuisgekomen stak hij het beest triomfantelijk naar voren om het aan zijn moeder te tonen. Zij greep hem hard bij de arm en schudde hem doorelkaar. Smerige jongen, neem die vuiligheid niet mee naar huis. Daar kan je hardstikke ziek van worden. Zij wikkelde het beestje in een oude krant, nadat ze het jongetje had opgedragen het beest daar op te leggen. Zelf aanraken wilde zij het niet. Vervolgens stopte ze alles zo diep mogelijk onder het andere afval in de afvalemmer. “Gelukkig komen ze de emmers morgen halen”. Flik dat nooit weer gromde ze hem nog toe. Op zijn arm kreeg hij blauwe plek, zo hard had zij geknepen.

Een paar dagen later gingen ze op bezoek bij oma. Die lag al een tijd op bed omdat ze ziek was. Zij lag altijd op haar rug met de lakens half over haar hoofd geschoven. In het begin werd na het binnenkomen altijd gevraagd hoe “het” er nu uitzag. Waarop het antwoord hem wel intrigeerde. “Het” wordt nog groter. Maar na een tijd hielden zij op de vraag te stellen en maakte dit plaats voor een blik van verstandhouding. Berusting in verdriet was wat hij voelde. Maar opa vroeg wel steeds aan oma: Stek dyn tong es ùt Trientsje. Moeder zei dat dit niet nodig was maar opa drong altijd net zolang aan todat zij het deed. Het jongetje moest maar de andere kant opkijken. Vanochtend bleek zijn standaard vraag niet nodig. Omdat zij, zeiden ze, haar mond niet meer sluiten kon. De andere kant uitkijken hoefde daarom deze keer ook niet.

Tot zijn verbazing bleek dat de grote glanzende donkerblauwe rat waarvan hij dacht dat moeder hem in de vuilnisemmer had gedaan tussen haar lippen geklemd zat. Aan het einde zat een bloederig gat. Daar hadden ze de staart er zeker afgesneden. En toen begreep hij ineens wat moeder had bedoeld en waarom ze bang was geweest. Het leek wel of de pijn in zijn arm al minder was geworden.

Begrepen !

Sam en Moos

Sam en Moos liepen eens in de Kalverstraat. Sam dacht, kijk die man daar in de verte dat is Moos die daar aankomt.
En Moos dacht, kijk daar in de verte, dat is Sam volgens mij.
En Sam versnelde verheugd zijn tred, en snel naderden ze elkaar.
En Moos die deed hetzelfde. Maar het rare was, toe ze elkaar daarna tenslotte tot op enkele meters waren genaderd bleek….
Ze waren het allebeide niet.

Begrepen !