web analytics

Samen ik – Pleidooi voor een vruchtbaar wereldbeeld

31-7-2014

Pleidooi voor een vruchtbaar wereldbeeld

Inhoud

Inhoud 1
01. Evolutionaire voorgeschiedenis
02. Na de geboorte
03. Na mijn geboorte
04. Memosfeer
05. Een nieuw beeld
06. De aard van de reis – Eerste verkenning
07. Aard van de reis – vervolg
08. Pragmatisch evolueren
09. Gemeenschap van kosmonauten
10. Kaartjes
Voorwoord

Evolutionaire voorgeschiedenis

Steeds duidelijker manifesteert zich het gegeven dat de mensensoort, geacht te zijn onderscheiden vanwege het bezit van een bewustzijn niet zo ver verwijderd is van de andere soorten als die mens wel pretendeert.
Pretentie die zich vooral in de geschiedenis heeft geuit in filosofie, als het gaat om ethiek en metafysica, en allerlei vormen van achterlijk geloof. De wetenschap en ook de moderne filosofie in haar kielzog heeft ons in dit opzicht afdoende ontmaskerd.
De filosoof is van verkenner, voorschrijver van positie veranderd tot waarnemer van maatschappelijk ontwikkeling en hoe die wordt ondersteund door wetenschappelijk onderzoek.

Ik stel het op prijs te melden dat ik uitga van het ideale gegeven dat die wetenschap en filosofie waardenvrij zijn, al staat die opvatting ontegenzeggelijk onder toenemende druk.

Dualisme heeft afgedaan. Er is geen reden te veronderstellen dat lichaam en geest twee entiteiten zijn en dat de geest het lichaam stuurt.
Onze hersenen zijn lichaamsdeel waarin iets huist wat we bewustzijn noemen, maar bewustzijn is niets meer dan een woord dat we er aan hebben gegeven. Zoals alles waaraan we naam geven de indruk wekt dat het verwijst naar een object in de wereld.
Het enige wat we hebben is een werkend lichaamsdeel dat via evolutie is ontstaan en geen ander doel dient dan ons als soort te laten overleven.

De drie op elkaar gestapelde stappen in die evolutie zijn interessant en verhelderend. Ik zal ze snel en onzorvuldig samenvatten. Ik geef liever even gevolg aan de lezersklacht dat een blog te lang is boven de klacht over een te korte bocht.

In het prille begin van ons evolutionaire stadium ontwikkelden zich in onze nog primitieve hersenen door natuurlijke selectie ons basispakket gevormd rond de binnen en buitengrenzen als ademhaling, voedsel opname en uitscheiding, immuunsysteem. Gericht op zelfbehoud tegen de wereld.
Evolutie wordt gekenmerkt door de oervorm van het egoïsme en heeft geen doel. Wat overleeft repliceert zich en wordt in de genen ingebakken.

De tweede stap benoemen we als het ontwikkelen van steeds betere vermogens de toekomst te produceren waartoe een zenuwstelsel wordt gevormd. Anticipatie-mechanismen als “sterkere gevoeligheid voor patroonherkenning langs de verticale symmetrie-as”, “bukken als er iets door de lucht komt”, “pas op voor zware ademgeluiden”, “versnelde beslisvermogens of iets gevaar betekent of een kans op seks als er iets naar je kijkt” e.d.

Het karakter van evolutie is dat die alleen naar voren werkt en nooit achteruit. Hoewel we niet veel beren meer tegenkomen zijn we nog steeds in het bezit van die extra patroonherkenning, die snelheid van keuze tussen gevaar en seks etc.

De derde fase wordt gekenmerkt door verschuiving van waakzaamheid naar exploratie. Epistemische honger. Informatie vasthouden en hergebruiken maar gestapeld op de bestaande meld en alarmsystemen uit de eerste fase. Er ontstaat wel een arbeidsverdeling tussen dorsale en ventrale hersendelen. Die lokalisatie geeft aan dat we nog niet rechtop liepen. Het begin van de later bekende verdeling in rechter en linkerhelft met een respectievelijk globale, spatio-temporele en anderzijds geconcentreerde, analytische, seriële specialisatie.

Nog revolutionairder is het ontstaan van anticipatie-mechanismen met plasticiteit. Die plasticiteit was zo succesvol dat zij als plasticiteit tot het genenpakket ging behoren en uiteindelijke leidde tot de big-bang van de mensenhersenen.
De grote encefalisatie zorgde voor een verdrievoudiging in volume vergeleken met het volume van de chimpansee die een andere evolutionaire afslag nam. Niet de structuur maar het volume wijzigde en bracht een geavanceerd vermogen om te gaan met plastische mechanismen.
Postnatale ontwerpwijziging in individuele breinen. Iets leren en culturele overdracht, waaronder taal werd mogelijk.

Fenotypische ontwikkeling als software bovenop het oude besturingssysteem in onze genen.
Wie het geluk heeft ofwel zo gehaaid is om een vaste baan te krijgen hoeft niet bang te zijn dat dit door selectiedruk in zijn genotype zal worden ingebakken. Stel je voor: Dan zou er wel sprake zijn van een “banenmachine”.

Ons bewustzijn is kortom gedrag dat stoelt op animale rudimenten waar bovenop we wisselende op persoonlijk succes gerichte plannetjes bedenken en als waarheid proberen aan onzelf en onze buren op te leggen. Een forse gedachtensprong die negatiever klinkt dan hij bedoeld is. Natuurlijk is er goed en kwaad op de wereld, maar dat goed en kwaad komt altijd tot stand vanuit het oer-egoisme waaraan we genetisch gekoppeld zijn. Eigen belang is altijd de oorsprong en of het de medemens wel of niet bedreigt (dat is immers de enige reden om het als kwaad te benoemen), is een kwestie van toeval.

Onze handelingen lijken vooraf beredeneerd. We denken dat we handelen volgens een strategie. Maar dat is niet hoe het bewustzijn werkt. De handeling komt eerst. Daarna geeft het bewustzijn ons het vermogen die handelingen intern en extern te representeren. Intern om het succes te herhalen en extern om het succes op het nageslacht over te dragen. Het doen gaat voor het denken, gemaskeerd door de circulaire herhaling.

02. Na de geboorte

Na de geboorte hebben we dus ons basisbesturingssysteem, genetisch vastgelegde mechanismen tot bevordering van het eigenbelang. En een grote ruimte waarin abstracte structuren worden aangebracht door opvoeders.

Door ouders en de in onderwijs en cultuur vastgehouden gedragsalternatieven voor handhaving in een veranderende omgeving. Dat alles komt tot stand in een gemeenschap van individuele ikken. Er bestaat in ons bewustzijn geen sturend, kiezend, beoordelend ik. Ik is een lege vorm met een perspectivische functie in representatie van je handelingen. Je zou beter kunnen zeggen dat er niets anders is dan ik.

Ook als sociaal gerepresenteerde handelingen worden gestuurd door eigen belang. Wanneer er overeenstemming is in belangen worden die gedragingen in cultuur bestendigd en vastgelegd in memen. In tegenstelling tot genen in het plastische deel van het bewustzijn.
Klokkijken, je aankleden, schoenveters knopen, en taal zijn wat willekeurige voorbeelden van zulke structuren. Daarna naar de zondagschool waar je leert hoe je kan samenwerken tot je eigen voordeel door je te scharen achter de virtuele leiders en hun percepties van het goed. In China Chinees, in Bangla-Desh Bengaals, en in Hitler-Duitsland bij de Hiltlerjugend.

Het bewustzijn is een zeer geavanceerde aanpassingsmachine. En net zoals je nog steeds automatisch bukt als er iets overvliegt is het lastig om je aan de opvoedings- en culturele druk te onttrekken. We worden niet bestuurd door een geheimzinnige macht van buiten maar door onze genetische aanleg voor zelfbehoud en zijn gexternaliseerde, in opvoeding en cultuur opgeslagen, complement.
Keuzevrijheid van handelen speelt zich binnen dat harnas af, al kan het achteraf nog zo mooi verteld worden.

Als taal en gedrag op die manier worden bestendigd in sociaal contact in groepen, dan is het licht te begrijpen dat als dat contact meer en meer wegvalt de representatie van eigenbelang onverhulder aan het licht komt. Kleinere en meer gedifferentieerde en afstandelijker groepsvorminkjes nopen de mens tot het steken van meer en onverbloemder energie in wat hij wil bereiken. Gedefragmenteerde politieke partij-vorming, het taboe op marxist zijn, de afkeer van collectieve voorzieningen en de opkomst van het openlijke fascisme lijken daar kenmerken van.

Ter illustratie een fragment uit een interview met de zanger (en dichter zeggen ze) van Rammstein die dit basisgevoel treffend verwoordde.
“Als je twijfelt aan jezelf dan heb je toch een echt probleem. Ik betreur wel eens dingen die ik verkeerd heb gedaan, maar mensen die aan zichzelf twijfelen moeten zich eigenlijk door het hoofd schieten. In de eerste plaats moet je van jezelf houden. Twijfel is een bacil. Als je hem de ruimte geeft, groeit hij in je hoofd en vraag je je na iedere ontmoeting af: heb ik dit nu goed gedaan of niet. Dat leidt nergens toe. Het vertraagt alleen maar.”

De evolutie gaat altijd vooruit, nooit achteruit. Het wordt dus tijd eens te filosoferen hoe we ons oer-egoisme zonder groepsdwang wat beter kunnen aanwenden zonder weer te verzanden in de gebruikelijke rituele massaslachtingen en culturele kapitaalvernietiging .

Tja zeg. Alsof we daartoe een keuze hebben.

03. Na mijn geboorte

Zoals waarschijnlijk iedere puber in de overgang naar adolescent, ontdekte ik langzaamaan dat de grondslag van het anarchisme dat de mens in essentie goed is en daarom geen regels nodig heeft in weinig vruchtbare aarde valt, al was het maar omdat zo’n idee tenminste vereist dat al die mensen dat ook van elkaar geloven.
Toch staat die “universele elementaire” opvatting niet zover van de realiteit wanneer we het idiote en zinlose begrip “goed” vertalen als het genetisch ingebakken eigenbelang. We hebben ook geen regels nodig of in het leven geroepen om ons zelf in onze gedragingen te beperken. Ze zijn tot stand gekomen om ruimte te scheppen voor het eigen belang en ons gedrag te verantwoorden wanneer wij in dit streven worden belemmerd. “Gij zult niet doden” betekent, om een voorbeeld te geven, niets anders dan “gij zult mij niet doden”.

Het is niet een “moraal”of een ethisch principe door een gefantaseerde macht van boven aan ons opgelegd. Of voor de atheisten onder ons een gegeven van de natuur of menselijke natuur. Want als dat zo was zouden we het toch niet bij voortduring doen of lijdzaam goedkeuren.

We leven in zelfhulpgroepen en sluiten een verdrag dat we elkaar als leden van de groep niet zullen doden. Maar slaan iedereen van buiten met speels gemak de hersens in. Reëele bedreiging is daar niet eens voor nodig. Als er meer negers komen zullen alle mensen straks neger zijn, dat soort elementaire mythologie is al voldoende.

Ook samenlevingsverbanden dienen geen ander doel dan onze drang naar eigen veiligheid. Het wegvallen van de normen hangt samen met de grenzen van de groep.

Die grenzen waren in het verleden duidelijk. In welke mate je eigen belang gediend werd bleef variabel. Want iedere groep had ook zijn eigen ruimte voor de devianten. Wie afweek van de normen van zijn groep versterkte juist die normen. Iedereen wist waar hij bij hoorde maar ook waar hij niet bij hoorde als hij zich niet “gedroeg”. Ontsnapping was niet mogelijk. Ook de rotjoden waren van ons.
Nu de vaste groepsverbanden weggevallen zijn, de inwoners van Lollum zijn verhuisd naar Facebook; Het dorpshuis zich heeft opgegesplitst in Verenigingen Martijn, schilderclubjes Tintoretto, Motorclubjes voor Engelen of Molukkers en de Tweet van de week over werelden die in de ether draaien, is eclecticisme in normen en waarden ontstaan. In welke mate gij niet doden zult hangt af van de keuze van gezelschap.

Toch zijn we niet allemaal kopschoppers geworden. Er is nog wel een soort collectieve verontwaardiging. Die collectieve verontwaardiging die komt echter snel tot rust. Want alles wat niet deugt wordt verfilmd. Tsunamis, ongelukken met kerncentrales, moord en doodslag, gedwongen levensverlenging. Mensen het is allemaal maar spel. Waar je naar kijken kunt voor vijf euro in de sneak-preview, terwijl de zuster op je moeder past.

Geen geloof, ethiek, filosofie of kunst die ingrijpt op de horizon die ons iets te bieden heeft voor wat bekend staat als het moreel tekort. En nog geen teken dat we onze memosfeer zouden kunnen evolueren in een nieuw grootschaliger gevoel van samen ik.

04. Memosfeer

Laten we nu weer voor ogen houden dat onze memosfeer is ontstaan als volgend op eigenbelang binnen grenzen van groepen als reactie op hoe de wereld er uitziet. Het is niet andersom dat we op grond van normen en waarden een wereld bouwen. Hier moet ik even meesmuilen: “Dat kunnen we in een SBS6-programma nog niet eens”.

Dat alleen kan ook het uitgangspunt zijn. We kunnen onszelf niet genetisch veranderen. Alleen memetisch.
Nadat ik als maatschappelijk/opbouw werker alle theorieën en methodes uit de trukendoos zo’n beetje had uitgetest werd het me al snel duidelijk dat er geen patienten bestonden, maar wel mensen die grof generaliserend een positie hadden verworven in een samenleving die je zeg maar minder riant zou kunnen noemen. En dat sleutelen aan als patient benoemde mensen zinloos was als er aan die positie niks veranderde. Ik ontwikkelde daarop mijn eigen theorie en zag dat die strategie voorwaarde was voor ieder “succes”.

Het is noodzakelijk een systeem van relaties te laten groeien waarin ieder het eigenbelang van de andere leden kent, accepteert en respecteert en leert zijn regels zo met elkaar af te stemmen dat iedereen gelijk krijgt zonder dat dit ten koste gaat van de anderen. De ervaring dat dit vaak heel gemakkelijk gaat (op micro-niveau) motiveert de leden zo dat het gemakkelijk zelfregulerend wordt. Louis van Gaal zou het kunnen bedenken. Samenwerken aan ieders eigen belang in plaats van tegenwerken.

Vaak is het niet meer dan het opruimen van wat misverstanden. De tegenwerping dat dit niet opgaat voor leden met medische of psychische storingen kan niet helemaal weerlegd worden maar toch is het verbazingwekkend om te zien dat de meeste “gekken” in zo’n systeem lang zo gek niet blijken te zijn als ze wel lijken.
Het enige probleem is dat zo’n groep een subgroep is in een groter verband. De wereld verbeteren door te beginnen bij jezelf is om die reden een onvruchtbare dooddoener. Dat brengt ons tot het tweede uitgangspunt. Verandering komt weliswaar van onderaf, maar wordt van bovenaf gestimuleerd of geblokkeerd. De samenleving zou niet maakbaar zijn, maar voor mensen geldt dat nog minder.

Dan is er nog Maslov met zijn behoeften-piramide. Al is sociaal gedrag (zie ook het werk van Frans de Waal) een pluspunt in het fenotype dan geld dit niet voor systemen onder druk. Het concentratiekamp is niet de ideale plek voor mensen, ook niet de rechtse of de linkse dictatuur. Het gekke is nu dat we al sinds Plato’s beschrijving van de ideale staat zo’n dictatuur als ideaalbeeld hebben voorgesteld. Compleet met alle hang naar rassenveredeling.

Het vermomt zich nu van schaamlipversnijding tot en met verlenging van telomeren. In drie wereld oorlogen hebben we de manier om elkaar in groepen elkaars grenzen te bestrijden gemoderniseerd. In de eerste door de simpele strategie om duizenden soldaten tegen een mitrailleurvuur in te laten rennen en te oefenen met gas. In de tweede met modernere vliegtuigen en dikke Bertas , alfabetbommen en het inrichten van massavernietigingsfabrieken voor gemeen volk in plaats van soldaten. En op dit moment hebben we de gamecomputer van waaruit op grote afstand leden van andere stammen kunnen worden afgeschoten door een moordenaar die zelf buiten schot blijft, ook wat betreft een dreigend schuldgevoel (tenminste zolang er zoals nu slechts één partij over een voorsprong beschikt in deze nieuwe wapenwedloop).

Dat levert ons het derde uitgangspunt. Hoe herdefinieren we de grenzen tussen ons zelf en de anderen en in welk narratief centrum van zwaartekracht (Dennet) kunnen we een nieuw collectiever eigenbelang vormgeven.

De verleiding is groot om reeksen van alles wat gefaald heeft op te sommen. Het ligt ook in de natuurlijke gang van zaken opgesloten dat vernieuwing een reactie is op het verleden. Hoe komen we tot slot zover dat we, nu we wat betreft wetenschap en technologie als een raket in de “vooruitgang” dreigen te verzuipen, tot een bijpassende supersonische versnelling in de evolutie van onze soort. Hoe vagen we het disfunctionele verleden in een passend tempo weg, zonder operationele schade.

05. Een nieuw beeld

Wat we nodig hebben is een nieuw en vruchtbaar beeld.

De aarde is een ruimteschip dat voortreist in de tijd. Over een doel noch over een bestemming hoeven we ons zorgen te maken. Het heelal is in belans en we kunnen ons verlaten op de auto-navigatie omdat de tijd geen einde heeft binnen de grenzen van het voortbestaan van onze soort. Wel kunnen we alles doen wat nodig is om het de passagiers zo aangenaam mogelijk te maken. Wat we daarvoor nodig hebben is een centrale commandopost van waaruit een aantal zaken geregeld worden om de reis voorspoedig te laten verlopen.

De passagiers zijn ingedeeld in functionele groepsverbanden. Het is voor een medewerker van de dienst “ecologisch herstel” die we zeker in de aanvang zullen moeten inrichten van geen enkel belang of hij chinees of papoea is of op welke geografische locatie hij zich bevind. Hij is lid van een functionele groep op basis van zijn deskundigheid en interesse. Zijn werkzaamheden worden aangestuurd en gecoordineerd bij de afdeling gezagvoering.

Hoewel het er op lijkt dat de besturing van de aarde plaats zou moeten vinden met organisatiestructuren zoals we die nu kennen in ambtelijke, administratieve diensten en bedrijven wanneer ik dit zo beschrijf is dit een misvatting. Het rare idee wat we tot nu toe “democratie” noemen heeft zich afdoende gediskwalificeerd als mythe van het quorum. We willen aan ieders eigenbelang tegemoetkomen in plaats van aan de helft plus 1 (in het meest gunstigste geval zonder gewapende corruptie ).

Ook alles eerlijk delen is een zinloos beeld en kan worden aangewezen als de motor van de verspilling. De soort die daarmee wordt bevorderd is de paarse krokodil. En al die drommen mensen met een telefoon en niemand om te bellen.

Gelijke kansen is een open deur. Dat is het zekere uitgangspunt in evolutie. In feite de omkering van het oude “gij zult mij niet …etc”.

Organisatiestructuren moeten op iets anders zijn gebaseerd dan op een model van gefingeerde schaarste waardoor een armoede/rijkdom mythe onstaat. Van “verdeling van de buit met inzet van geweld” moeten we naar een model van “distributie van benodigdheden”. Want in het ruimteschip is alles voorradig wat we nodig hebben. Je zou haast kunnen zeggen: Net als nu in de emiraten.

Maar zult u tegenwerpen: Die rijkdom is niet van de aarde. Die is van de sjeik. Hier dreigt “onteigening” op de marxistische leest geschoeid. Waarop ik constateer: Is het dan niet frappant dat die sjeik zo gul is dat hij permanent vliegtuigen met hulpgoederen klaar heeft staan die stante pede kunnen worden ingezet bij iedere tsunami. Het eigendomsbegrip is de grootste vergissing van Marx geweest. Het is een begrip dat hoort bij het economisch mismodel van schaarste. Privebezit bestaat niet in de filosofie.

Natuurlijk is Nederland niet één der rijkste landen van de wereld. Het is één der landen die er het best in slaagt beslag te leggen. We vervangen eigendom voor het begrip “beheer”. Het zit naar mijn mening niet in het genotype van de mens dat hij niet zou willen delen als hij zelf verzadigd is. Dat zal dus niet veel moeilijkheden opleveren.

Ik geef een orientatie op de nieuwe functionele verbanden die we nodig hebben voor het besturen van het schip. Er is een overgangsfase nodig, waarin bestaande structuren niet plompverloren kunnen worden afgeschaft maar moeten omgebogen naar het nieuwe beeld. Ook zijn er zaken die wel onmiddellijk kunnen vervallen. De zaak moet min of meer van buiten naar binnen worden ontmanteld. En er zijn diensten nodig die in de aanvang gericht zijn op herstel en later kunnen evolueren naar onderhoud.

Begin zal niet eenvoudig zijn. Niets is lastiger dan mensen duidelijk te maken dat hen niks wordt afgepakt maar dat het wordt vervangen door iets beters. Zoals geheim agent Maxwell Smart het zei: Wilt u dat vieze roestige pistool niet ruilen voor dit prachtige glimmende broodmes ?

Politieke systemen kunnen voorlopig gehandhaafd als ze worden losgekoppeld van financiele prikkels van fictionele schaarste. Partijen op basis van grensbelangen zullen dan vrijwel automatisch omvormen tot partijen voor functionele belangen van het geheel. Het onlangs door iemand geopperd idee een regering te vormen op basis van loting is een goed idee om op voort te borduren. Wat zou het immers voor zin hebben om te stemmen. Iedereen is voor een goeie reis.

De afdeling voedselvoorziening moet zo snel mogelijk worden omgebouwd voor productie van benodigde voedingsstoffen met een weinig ruimte vergend productiesysteem dat in de keuken past zonder als nu alle passagiersruimtes met varkens- kippen en koeienstront te besmeuren. Astronauten nemen ook nooit koeien mee maar voedselpillen in hun raketten, dus dat is een fluitje van een cent. En samen met ecologisch herstel en recreatie kan er best geregeld dat er nog ouderwets kan worden gegeten in een romantisch restaurantje enkele dagen in het jaar.

Die dienst recreatie is een dienst die het meest problematisch is. Orwell dacht dat het voeren van grootschalige gefingeerde oorlogen als oplossing zou kunnen dienen voor de onmiskenbare genetisch ingebouwde spanningsbehoefte van strijd, jacht, sex en arbeid. We moeten op dit punt wat nader ingaan, daar het ook het meeste raakt aan juist die eerste levensfase waarin het fenotype op het nageslacht wordt overgebracht.

06. De aard van de reis – Eerste verkenning

Van belang is te begrijpen dat ons ruimteschip geen eindbestemming heeft. De kosmonauten hebben zo’n bestemming wel. De reis is een collectieve reis naar een individueel doel. Een mensenleven te ervaren voor de duur van een mensenleven in een vreemd en onbekend landschap in een vreemd en ongekozen gezelschap. Aan het eind stap je uit.

De één met lichte spijt omdat hij graag nog wel een rit zou willen maken, de ander verheugd te zijn verlost van een gevoel van hoogtevrees of duizeling. Herinnering laten we slechts na in de memen van ons nageslacht. Door ze te leren beleven wat we zelf beleefden. En ze de woorden te leren die we zelf gebruikt hebben om onze beleving te representeren aan onze medepassagiers.

In de eerste jaren voor de basishandelingen. Daarna worden ze blootgesteld aan de uitleg van de wereld zoals we die met de medepassagiers zijn overeengekomen. Zo is wat we doorgeven gemengd in dezelfde verhouding van prive-representatie en wat in de gemeenschap als cultuur is vastgelegd. Tenminste wanneer we met zijn allen in dezelfde coupe zitten en hetzelfde landschap zien, en er ook over praten. Of voldoende gelegenheid krijgen in de recreatieruimte de verschillen in uitzicht op dat landschap met elkaar uit te wisselen.

Hier staan we nu voor een belangrijke keus. De taal en cultuur ontstaan uit contact en samenwerking. Als we het contact opgeven, waar we op dit moment mee bezig zijn, wat houden we dan over. Hoe waardevol is het eigenlijk wanneer iedereen alleen maar naar zijn eigen zelfgemaakte vakantiefotos kijkt. Willen we echt in ons ruimteschip voor ons uit zitten te kijken als nu al in de trein. Met nu en dan een zijdelingse blik in de ruimte waarin de anderen als schimmen in de weerspiegeling van de ruit niks dan hun eigen eenzaamheid beleven.

De dienst recreatie is een cruciale afdeling in het ruimteschip. Geen voorbijkomende karretjes op het middenpad. Onze beleving moet niet worden aangeboden in een prefab-formaat. We moeten zelf weer een rol gaan spelen. En ons spel moet generatie-overstijgend zijn. Tijdens de hervorming van ons schip is er genoeg te doen maar stel dat éénmaal alles loopt zoals het moet. Als we ons kunnen beperken tot onderhoud, slaat dan wellicht verveling toe. Is chaos, bedreiging, strijd noodzakelijk voor ons bestaan ?

Een vreemde cruciale paradox. De paradox die nu de mensheid verdeelt in wat wel eens met links en rechts wordt aangeduid. Je bent gebouwd op chaos, bedreiging, strijd te anticiperen als dat nodig is. Als dat er niet meer zou zijn stopt dan de evolutie en ontbreekt je het gevoel van een reden van bestaan ? Is sportbeoefening, heldendom op video of artiest zijn op een weblog voldoende substituut. Het lijkt er op dat voetbalhooligans niet helemaal tevreden zijn met passieve beleving.

Het is voor een dienst recreatie geen probleem om een veelvoud van olympische spelen te organiseren gedifferentieerd naar nivo en met of zonder benen. Maar het lijkt me geen uitweg uit die paradox. Al schijnt het zonder twijfel onze zelfgekozen oplossing te zijn sinds eeuwen. Zo wordt de ongelijkheid en de armoede in Brazilie bij voorbeeld bestreden met de aanleg van voetbalveldjes.
Als we niet arm en ongelijk meer zouden zijn, zouden we dan nog zoveel voetbal willen kijken ? Of de etalageruiten, waarachter onze armoede zo treffend staat uitgestald, in diggelen willen slaan uit vreugde over ons kampioenschap.

In mijn jeugdjaren ben ik altijd wel geboeid geweest door de boeken van Karl May waarin de strijd tussen stammen vaak werd uitgevochten in een tweegevecht tussen twee aangewezen vertegenwoordigende kampioenen. Waarna dan de verliezende partij uit afschuw over hun verlies alsnog de aanval opende. Wat ik, dat moet ik eerlijk toegeven, wel beter vond voor het boek. Ik was kennelijk ook een hooligan. En er van overtuigd dat Frans Timmermans dit op zijn staatsbezoek in Kiev ook zal uitdrukken met de woorden: “Ich bin ein Oekraiener”

Het is voor mij geen vraag of we de mens genetisch moeten manipuleren, wanneer het ook memetisch kan.
Het gen voor de aanleg voor kanker weghalen is in essentie levensvernietigend. Op het laatst zou er nooit meer iemand op zijn bestemming aankomen. Ik zou logischer vinden dat we de omgeving kankervrij maken. Ook borstvergroting of verkleining (afhankelijk van of ze in eerste instantie klein of groot waren) zouden we genetisch kunnen manipuleren. Zodat we allemaal door het leven konden gaan met een standaardmaat voor ieder. Alsof we narcissen voortaan rood en rozen alleen maar geel zouden willen maken. Het lijkt me niet echt zinvol wanneer menselijk contact ons beter duidelijk zou maken dat er evenveel mensen zijn die van klein houden als van groot. Dat bij doorvragen zelfs zou blijken dat we het meeste houden van varieteit. Dat schoonheidsbeleving schuilt in uniciteit en contingentie.

En hoe zit dat met het gen voor strijd, macht en agressie. Willen we ons zelf genetisch dempen om de kosten van anti-depressiva te ontlopen. Of kunnen we ons op dat vlak ook verbeteren in de postnatale ontwerpruimte op de dag dat de reis probleemloos comfortabel wordt. Kunnen we worden opgevoed tot wezens die tevreden zijn met hun zelf en met een samen gerecreëerde wereld van materiele gelijkheid gecombineerd met immateriele contingentie.

Zouden we in staat zijn meer ruimte terug te veroveren voor de niet exclusieve overgave (die we ook wel “liefde” noemen) en die ook in onze genen zit verankerd. De ultieme vorm van immateriele contingentie die meer afstand kan doen van de fixatie op groot of klein op strijd, macht of agressie. Op de rug, de buik naar boven, de pootjes in de lucht. Zonder dat dit bezoedeld hoeft met een illusie van geheim of geheime opdracht. Het leven is een spel, geen overspel.

07. Aard van de reis – vervolg

Recapitulerend zijn we dus een systeem van anticipatie op het onbekende gevormd door een omgeving die we zelf ook aanpassen zodat die omgeving ons steeds bekender wordt en waarin we zelf iets onbekends moeten creëren omdat we anders ons eigen mechaniek niet draaiend houden.

Deze paradoxale situatie ontspoort in een mix van “acteren als substituut van beleven” en het moedwillig in stand houden van een kunstmatig vijandbeeld tussen rudimentaire en inmiddels wisselende stamverbanden.

Aanpassing heeft twee kanten. De ene kant is vermijden van gevaar, de andere kant is het zoeken en de neiging, soms geobsedeerdheid, om prettige ervaringen te herhalen. Dat dit twee kanten zijn van dezelfde medaille wordt het best gedemonstreerd door het het voorbeeld: Angst voor de dood en het levenseinde versterkt door de complementaire wens het leven oneindig te verlengen. De kant van het gelukzoeken zoals ik dat maar even noem ontspoort in het streven “de contingentie op te heffen”. Terwijl daar juist de beste kansen nog liggen voor een anticiperend contact met het onbekende.

Terug nu naar de individuele bestemming van de reis. Een mensenleven te beleven. Hoe ziet zo’n leven er van nature uit. En ik bedoel dan binnen een goed functionerend ruimteschip. Ontwikkelingspsychologie heeft ons er wel een geloofwaardig beeld van gegeven als het gaat om fasering. Het vergt wat tijd om te ontdekken dat zo’n schip gedurende je bestaan geen meter verder komt. Waarna de wending komt dat je zelfrealisatie uitmondt in het creëren van nageslacht. Die wending is tevens een omdraaiïng van je lichaamshouding. Je kijkt niet meer vooruit maar achteruit om het beeld van jezelf in je kind terug te zoeken. Wanneer dat kind alles wat het van je krijgen kan heeft gekregen en ook je kind ontdekt en aanvaard heeft dat beweging een illusie is, dan is er iets voltooid in dat mensenleven. Je neemt dan plaats in de ruimte die bestemd is om uit te stappen omdat je einddoel is bereikt.

Er is tot aan je zeventigste (getallen zijn hierbij niet absoluut) nog tijd genoeg om na te genieten maar als het lichaam (de geestdrift van het brein) is versleten is het mooi dat je zelf kan aanvaarden dat het uiteindelijke doel is om plaats te maken. Wie zijn kinderen overleeft is niet geslaagd in het leven. Een god die zegt: gij zult altijd blijven leven, die bestaat niet.

De vraag of wij ons fenotype kunnen evolueren in een veranderende wereld en hoe we ons beeld naar ruimteschip kunnen moderniseren wordt sterk bepaald hoe we de het vermogen van almacht, verworven door wetenschap en technologie, besluiten aan te wenden. Dat daar afspraken over nodig zijn dat lijkt me duidelijk. Tot nu toe heeft het ons in een economisch laissez-faire systeem veel nadeel en te weinig voordeel opgeleverd.

De wetenschap is de geperfectioneerde extensie van onze aanleg de omgeving (waarin de toekomst) te verkennen en observeren. Het grote filosofische probleem wat dit gegeven oplevert is of de consequentie ervan, gematerialiseerd in technologie, de soort niet alleen moet laten voortbestaan maar bovendien ook zichzelf genetisch zou moeten muteren.
Het laatste brengt ons het gevaar dat we in een oneindige loop terecht komen omdat we tegelijk in staat zijn de wereld te veranderen waarop die mutatie een reactie zou moeten zijn. Of we de kip zijn of het ei zal dan worden beslist door het verloop van machtstructuren. Minderheden waar we in een democratisch systeem moeite mee hebben zouden al snel niet meer bestaan. Politieke uitspraken als: Minder, minder, minder zouden ons niet meer hoeven storen.

Maar is er in essentie geen sprake meer van behoud van de soort. De helft van alle beslissingen over hoe ons lichaam er uit zal zien zal worden genomen door vijfentachtig billioenairs. Verwacht u alstublieft geen maatschappelijke discussie. Het kenmerk van maatschappelijke discussie is dat zij tot afgerond en afgesloten wordt verklaard zonder dat er iemand bij aanwezig was die het opmerkte.

Waarbij we zijdelings de conclusie trekken dat binnen een democratisch systeem het begrip minderheid wordt gedefinieerd in dollars en niet in aantallen individuen.
De wetenschap is ook een sterke invloed op memetische manipulatie. Het beste voorbeeld ervan is dat het in principe erg gemakkelijk is de voedingsindustrie gezonde voeding te laten produceren. Of openbaar vervoer te creëren zonder de atmosfeer onmatig te verzuren. Of kwalijke afvalstoffen te minimaliseren in “cradle to cradle”–processen.

Hiervoor zijn sterke afdelingen nodig in het ruimteschip. Gericht op de voorspoedige reis in plaats van op het creëren van tekorten binnen het fictieve model van economische schaarste en fictieve groei, zoals dat nu gebeurt.

Wetenschap en technologie kunnen een potentiele zegen zijn, maar wel binnen een ruimteschipmodel. Want anders is het slechts een katalysator van de nu al zichtbare en in de eerste twee alineas beschreven ontsporingen.

08. Pragmatisch evolueren

Op welke afdeling hoort eigenlijk de liefde thuis. Is er controle nodig op dit vlak. Een afdeling geboortebeheer is die nodig voor de goede reis. In ieder geval vind ik dat de engelse taal een betere benaming (birth control) heeft gekozen dan het nederlandse geboortebeperking. De katholieke priesters grommen hier naar ik vermoed instemmend mee.

Of is er slechts een goede registratie nodig op de afdeling statistieken met een systeem van feedback-signalering. Als bij een parkeergarage met een bordje vol waar je als het op groen staat in kunt rijden. En die het maximum-criterium voor het predikaat “vol” koppelt aan de actuele voorraad levensbehoeften en de sterftecijfers.

De achtergrond die ons er over na moet laten denken is gelegen in het oude bekende probleem dat een toename van ontwikkelingshulp in ontwikkelingsgebieden een toename in bevolking kan doen ontstaan die honger doet toenemen in plaats van dat het iets oplost. En hoewel dat in Afrika een schijnprobleem is gebleven vooral vanwege de gierigheid ( “Gij zult van ons die uw naasten zijn niks begeren..”) en ineffectiviteit van ontwikkelingshulp en omdat de Paus meer voor controle (al is het van een andere soort) is dan voor beperking, zal geboortebeheer in een goed functionerend ruimteschip wel noodzakelijk zijn.

Liefde is de memetische extensie van genetisch ingebakken voortplantingsdrift. Vastgesteld hebbend dat er in de werkelijkheid niet zoiets bestaat als vrijheid van keuze is er juist op het terrein van de liefde in de memosfeer het hardst gewerkt aan de illusie van vrijheid. Dat heeft naar mijn inzicht (of zo u wilt fantasie) te maken met het feit dat het moment van de geslachtsdaad het enige moment van overgave is. Het enige moment dat alle receptoren voor gevaar zijn uitgeschakeld. Twee ikken schakelen dan tegelijk hun anticipatiemechanismen uit in het enige moment van volledige ontspanning. Ik durf te wedden (maar zou dolgelukkig zijn met wetenschappelijk onderzoek) zelfs zonder de moeite te nemen eerst samen een beschutte plek te zoeken, maar midden in open terrein in de grootst mogelijke kwetsbaarheid als dat zo uitkomt.

De samenwerking tussen de twee ikken strekt zich uit voor de duur van de draagtijd. Het mannetje krijgt een extra beschermende taak, het vrouwtje is vooral geinteresseerd in die bescherming vanuit haar jongerenverzorgingsinstinct. En na een tijd meer in haar jong dan in de verwekker. Die, daar lijkt me weinig twijfel aan te bestaan niet monogaam is van nature. Er is geen reden zijn ultieme vrijheid nog langer uit te stellen wanneer hij niet meer aan de opvoedingsplaats en beschermingstaak gebonden is. Zo veel en vaak en zo divers mogelijk is zijn evolutionaire opdracht. Een veelvormig complex van memetische theorieën ingebed in religieuze, politieke of filosofische theorieën hebben deze genetische drijfveren niet zichtbaar aangetast maar wel zorgvuldig aan het zicht onttrokken. Wat heeft gezorgd voor meer problemen dan nodig is. Vaak aanleiding tot besmuikte hilariteit, maar net zo vaak tot hevige verontwaardiging als het gaat om verkrachting, misbruik of alles wat eindigt op filie.

Naast de liefde die het taalspel van geluk heeft doen ontstaan, is het aannemelijk dat ieder ander “gevoel”, iedere andere “emotie” tot ons genetisch basispakket is te herleiden. Een uiterst nuttig boek voor meer inzicht hieromtrent is Darwins “Expressions of emotions in men and animals”. Geluk, woede, verdriet, angst, walging en verbazing. Allemaal verband houdend met de elementaire functies van ieder dier: Seks, voedselvergaring, ontsnapping aan gevaar. Ze zijn tot op de dag van vandaag op onze gezichten af te lezen. En uitgebouwd in de representatie in taal in een gigantische variatie. (tot in het logo en het pseudoniem van een ons welbekende web-logger aan toe).
Vaak representeren we onze ervaring als gescheiden in gevoel en ratio. Alsof dat twee te onderscheiden werkelijkheden zouden zijn in plaats van twee taalspelen waamee we onzelf representeren. En als we iemand vragen: “denkt u in woorden of in beelden ?”, mogen we met geen ander antwoord tevreden zijn dan met het antwoord dat een bekende filosoof gaf, van wie ik de naam voorlopig even schuldig blijf, “Nee, geen van beiden, ik denk altijd in gedachten”.

In ons bewustzijn spreken we geen taal. Ons bewustzijn is een netwerk van draden achter inputorganen waardoor signalen uit de wereld binnenvallen en die een veelvoud aan verschillende electrische schakelingen in werking stellen die leiden tot actie die reactie op de buitenwereld is. Er zitten geen mannetjes in het brein die je in taal vertellen wat je het beste zou doen. Of die in de pijnappelklier beelden en woorden coordineren en voor de rest van het brein uitzoeken wat het beste is om te doen. Hoe die low-levelbesturing precies plaatsvind buiten ons visualiseringvermogen en taalvermogen om weten we weinig van dan wat evolutionair is overgeleverd. Als het lichaam spreekt in handelingen in de fase voor representatie zeggen we dat interpreteren van omgeving door zintuigen heen die tot die handelingen leiden plaats vind in het “Mentalees”. Hoe en waar dit mentalees wordt omgezet in echte taal of wordt gevisualiseerd in beelden en met hoeveel tussenliggende niveaus.

Prachtig om te zien is het experiment dat wordt vertoond in de film “Victim of the Brain” waarin Douglas Hoffstadter en Daniel Dennet worden geinterviewd . Er wordt de reporter gevraagd of hij een robot dood wil maken. Hij krijgt een hamer om hem kapot te slaan. Dit mislukt omdat bij het neerkomen van de hamer de robot steeds ontsnapt door net op tijd onder de hamer weg te rijden. Als hij het opgeeft wordt hem het volgende verteld: Zo gaat het je nooit lukken. Je moet begrijpen dat die robot is geprogrammeerd om aan hamers te ontsnappen. Ga nu eens zonder hamer op hem af en op je hurken naast hem zitten. Dan pak je hem op en legt hem op zijn rug op de tafel. Wielen naar boven. Je kan hem dan met gemak aan flarden slaan. Als er na de eerste klap bloed uit de robot blijkt te ontsnappen ontstaat er overduidelijk een aarzeling bij de man en ook bij ons als kijker. Hij lijkt ineens een moordenaar te zijn geworden. Maar als de Mentalese aarzeling voorbij is slaat hij het apparaat daarna totaal aan flarden.

Ergens bestaat bij mij het vermoeden dat wanneer de taal zich in miljoenen jaren steeds meer heeft ontwikkeld, denkbeeldige verhalen of bandopnamen van holbewoners ons een taal zouden laten horen die dichter stond bij het Mentalees. En waarin we veel meer over ons “zelf” zouden kunnen vertellen. Dat onze zelfrepresentatie van onzelf af naar de omgeving is toegegroeid. En dat de kloof in taal veel groter is dan bijvoorbeeld de kloof tussen hedendaagse muziek en natuurgeluiden. Muziek staat dichter bij het Mentalees en maakt in ons daarom sterkere emotie teweeg dan woorden. Ook als we het samen doen.
Ook helpt muziek om tot rust te komen als bij mantras en heeft het tesamen met een goede ademhaling een meetbare invloed op de hormoonhuishouding. Waar we daarna helaas niks kunnen navertellen dan in onze eigen taal, die daarbij nog al eens op hol slaat. Net als bij dromen waaraan we ook graag allerlei betekenissen vastknopen.

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

09. Gemeenschap van kosmonauten

De afstand tussen ons in handelingen reagerend Mentalese brein en de daar bovenop gebouwde structuren van verantwoording kan minder groot of groter zijn. Het tussenliggend chemisch proces is (nog) een raadsel. Die afstand wordt vergroot door het tijdsverloop. Het wereldbeeld waarin we ons verantwoorden is per definitie een anachronisme. Die wereldbeelden bevatten wel tijdloze basispatronen die steeds in latere tijden in andere culturele gedaanten terugkeren. En ook zijn in principe verzinsels, we moeten het er mee doen omdat we niks anders hebben. Verhalen van mensen zijn afspiegelingen van waarnemingen in de natuur. Persephoné reist ieder jaar naar de onderwereld onder dwang van de god Hades en na een half jaar keert zij dan terug. Een andere manier om iets te verklaren over de wisseling van zomer en winter in de tijd dat we nog geen weet hadden van de beweging van planeten.

De wetenschap maakt oude verklaringen tot verhalen. Maar die verhalen geven een blijvende indruk welke gebeurtenissen ons brein mee hebben opgebouwd. En hoe ouder de verhalen hoe mooier. De interesse die we hebben in ons eigen spiegelbeeld eerst voor en daarna na het beslissende moment dat we begrepen wie het was die we daar zagen. Biologen gebruiken dit laatste als een test die het bewustzijn bewijst bij andere soorten als apen en olifanten. Die vegen met hun slurf de vlek weg na hem in het spiegelbeeld te hebben waargenomen. De mens dacht in eerste instantie dat hij zijn schim vooruit zag die al opgenomen was in het schimmenrijk. Na zijn besef van spiegeling is dat geworden tot het hemelrijk. De schim is ziel geworden. De olifant zal ook zo zijn gedachten hebben.

We moeten onze verhalen niet beoordelen op het nonsikale karakter ervan. Maar de anachronismen er in herkennen, het destructieve karakter daarvan en tegelijk er de eeuwigheidwaarde van wat ons bezighield er uit behouden. Om de functie die het heeft te herstellen. Het scheppen van een preciezer wereldbeeld. Omdat we niet leven in de wereld maar leven in een wereldbeeld. Geen heil kunnen verwachten van de wereld maar enkel van ons wereldbeeld. Daar ligt ook onze vrijheid in opgesloten.

De vrijheid zelf een wereldbeeld te creëren Waarin we niet langer altijd voelen dat de medemens principieel onbetrouwbaar is, maar waarin het besef bestaat dat hij net als jezelf betrouwbaar is in zijn eigenbelang. Dat hij altijd met je is als hij je eigenbelang kan zien en respecteren en dat hij je wanneer het wereldbeeld hem dwingt en brengt in situaties van angst of gevaar, meestal in de steek zal laten of verlaten. Dat hij alleen uit liefde misschien een keer zijn receptoren uitschakelt. Maar ook dat doet hij dan nog vanuit een groter eigenbelang angst en gevaar te vergeten. Omwille van het spel geluk.

Als ethiek, esthetica en metafysica in principe nonsikaal zijn dan is alles boven wetenschap dus geloof. Die wetenschap is de verlenging van onze zintuigelijke ervaring. Die wetenschap moet net als de zintuigen alle kanten uitkijken en niet worden gestuurd door geloof zodat het tot een gekleurde bril wordt in plaats van tot een bril. Het sterk uitvergrotende effect op gekokerde maatschappelijke interesses kan geloof gemakkelijk en riskant als wetenschap vermommen. Er ligt een onontgonnen probleem voor wetenschapsfilosofie dat zich tot nu toe nog niet opvallend bezighield met de intentionaliteit van wetenschappelijke waarneming. Wat wil de wetenschap onderzoeken en niet alleen maar hoe het als waarheid gefundeerd moet worden ? Hoe kan de wetenschap zorgen dat ons wereldbeeld zo dicht mogelijk bij de wereld blijft betrokken. En zorgen dat tele- en microscopen niet alleen nog grotere spoken zien dan onze ogen ons soms al hebben hebben doen geloven.

Geloof werkt alleen als iedereen er ook collectief in gelooft. Collectief geloven doen we alleen maar in dezelfde gemeenschap. Dus is het tijd dat we allemaal kosmonauten worden in ons ruimteschip, in plaats van uit een rare hemel als permanente straf op aarde te zijn geworpen en dat een onbekende illusionist voor ons gestorven is aan het kruis en daarmee al onze persoonlijke verantwoordelijkheid heeft afgenomen. Of te blijven denken dat we allemaal eens zullen ontwaken tot of verlicht zullen worden door een alomvattend inzicht dat nog ruimer is bemeten dan ons al zo gigantisch brein in slechts acht stappen.

Geloof heeft sterk de neiging je te ontslaan van je verantwoordelijkheid. Omdat het immers essentieel verantwoording is voor je daden. Zo zegt Karel Appel dat het god is die zijn hand bestuurt als hij schildert. En dat wij gewone mensen dat niet kunnen begrijpen. Tot mijn vreugde zou ik zo zeggen.
Soms bedenkt men ook een alomtegenwoordige geest waarvan alles is doortrokken altijd. Maar het gemakkelijkst in de vorm en op het moment dat het beste uitkomt in mijn waarneming. Vaak hoor je ook dat mensen zeggen: Er was iets in mij wat me stuurde. Ik zeg dan: Jazeker dat was jij.
Een geloof moet natuurlijk bovenal geloofwaardig zijn.

10. Kaartjes

Een geloof moet natuurlijk bovenal geloofwaardig zijn. Voor ieder.
Het enige wat we daartoe beschikbaar hebben is de taal waarin we er over moeten communiceren. We moeten er in Wittgensteins formulering een taalspel om bouwen en daartoe een gereedschapkist gebruiken met terminologie waarover we overeenstemming kunnen hebben. Die we als afspraken kunnen hanteren als woorden met niet meer dan verwantschap maar zonder werkelijkheidswaarde. Analytische filosofie leert ons dat we onze beelden vrijelijk kunnen verzinnen. Zoveel hoofden zoveel verzonnen werkelijkheden zou je bijna kunnen zeggen. Afspraken kunnen nooit prescriptief zijn maar vormen als de communicatie slaagt een houvast voor sociaal gedrag. Onder sociaal versta ik: In het algemeen belang is ieder eigenbelang geïntegreerd.

Neem een woord als kindermisbruik. Wat de een er onder verstaat is niet synoniem met wat de ander er onder verstaat. Want niemand kan weten hoe een ander zich voelt misbruikt. Er kan zelfs de situatie ontstaan dat de volwassen opvoeder of groepsgenoot misbruik voelt terwijl het kind dat helemaal niet zo ervaart. Het heeft nog geen geloof noch voldoende in de opvoeding meegekregen. Het kent nog geen gebod: Gij zult geen sexuele drang hebben wanneer gij minderjarig bent. Het gevoel van misbruik komt dan later wanneer dat tekort is opgeheven. En geeft dan nog een verdubbeling in het geloof aan schuld.

Toch hebben we een publieke afgesproken betekenis nodig om in de cultuur en opvoeding in te bedden zodat we er naar leven. We hebben al gezien dat een godsdienstige opvoeding niet voldoet in dit opzicht. Beter is een geloof dat zich dichter bij onze genen bevindt. Daar ligt immers waarschijnlijk de oorsprong van onze onmiddelijke afkeer. Op dezelfde plek waar het de dader tot zijn actie noopte. Er is een drang en er is een drang om kinderen te beschermen. Het geloof er bovenop kan de drang niet wegnemen. Maar kan het duidelijk wel bevorderen dat het zich voordoet als bedreiging. De drang aanvaarden en de drang tot effectieve bescherming moet de essentie zijn van het publieke begrip kindermisbruik. Iets waartegen je een kind beschermt net zoals je dat kind ook niet door een leeuw zou laten opeten of van een rots zou laten vallen. Leeuwen, afgronden en pedofielen moet je op tijd herkennen. Hoe meer je er van weet hoe beter dat gaat. En hoe beter je de omgeving inricht, zodanig dat ze contrasteren hoe beter dat gaat. Voor dat laatste moet je vooral accepteren dat de drang ook in jezelf bestaat al kun je die op voor jezelf bevredigender manieren afreageren er andere grenzen bij hanteren of een meer gebruikelijke hormoonspiegel bezitten. Want er is echt geen priester in je brein die juist jou tegenhoudt.

Dit is een willekeurig voorbeeld. Verzin geen theorie die zegt dat we leeuwen en pedofielen moeten afmaken of afgronden moeten dempen. Blijf zo dicht mogelijk bij je “zelf” met je verzinsels. Zoals ik het Stephen Toulmin ooit hoorde formuleren: “De practijk behoeft niet voor het hooggerecht van de theorie te verschijnen”.

Als alles verzinsel is, dan kan ook alles als waarheid worden gepresenteerd. We kunnen ook filosofie niet anders beschouwen dan als een ladder die we kunnen weggooien als we hem beklommen hebben. Maar we kunnen toch ook niet zonder ladder. Vandaar mijn voorstel anachronistische ladders weg te gooien. En plaats te nemen in het ruimteschip. U kunt als u dat wilt van alles lenen uit de bibliotheek van eeuwig terugkerende van gedaante wisselende mythen en verhalen. Het staat u ook vrij om zelf te fabuleren op uw menselijke natuur. Als u maar niets doet of bedenkt wat uw medereizigers verhindert om hun reisdoel te bereiken. Er wordt van u verwacht dat u zich inspant en meewerkt aan een onbelemmerde vaart. Het is verboden maskers te dragen tijdens dienstverlening ten behoeve van de besturing van het schip, op de afdeling “voorlichting en statistiek” en tijdens distributie van benodigdheden. In alle ruimten geld dat u zelf verantwoordelijk blijft voor uw eigen daden.

Er hoeft geen stoelnummer te worden gereserveerd. U mag overal gaan zitten. Er wordt u nog een lijst aangereikt voor welke afdeling u zich als vrijwilliger kunt aanmelden.

Voorwoord

U leest hier een essay dat een beeld geeft van mijn wereldbeeld. Het is onbestorven en lukraak uit mijn “zelf” geperst omdat ik niet het risico wilde lopen dat de stroom opdroogde door het al teveel te redigeren. En zoals gewoonlijk eindig ik dan met het voorwoord.

De algemene bijval die mij ten deel is gevallen heeft mij blij verrast. Ik zal daarom dat redactie werk nog zeker ter hand nemen en er een overzichtelijker structuur in aanbrengen zodat de essentie beter gelijnd wordt en herhalingen (die bij een doorstromende feuilleton onvermijdelijk ontstaan ) worden gesnoeid. Ook kan de taal natuurlijk zeker fraaier vormgegeven.En moeten er wellicht wat noten en bronvermeldingen bij. Er sluipt altijd wel iets in het blote hoofd waarvoor een ander moet geprezen.

Ter toelichting nog dit. Dat de wereld grotendeels verzonnen is was mij al op mijn tiende levensjaar duidelijk. Ik ben altijd omringd geweest door mensen die het een beweerden en het ander deden. Het lezen van de geschiedenis vormde daarna een bevestiging dat collectief gedrag en naar willekeur toegepaste normen de mens en ook de mensheid regeerden. En dat er sterke kracht school in de verleiding van taal die ik door het lezen van ontelbare boeken goed leerde kennen. Kierkegaards bezwering dat er slechts subjectieve waarheden bestaan in schitterende formuleringen gingen er in als koek. Tot ik ontdekte dat ik dat paradoxaal genoeg hanteerde als een algemene waarheid en er niemand was die ik daarmee eens om zijn oren kon slaan om voor mij plaats te maken in de gemeenschap. Dat bijna iedereen je in de steek laat en laat vallen, ongeacht wat je voor hen onmiskenbaar betekende, en in hen investeerde. Na de verplichte gang langs Nietsche (dan maar een vitalistisch maar eenzaam übermensch, en waaraan Flaubert ook driftig heeft bijgedragen) en Marx (een filosoof die zich teveel met de boekhouding bleek te bemoeien naar mijn smaak), werd ik vooral door taal en wel die literatuur die de mens als soort beschreef in zijn handelingen, geinspireerd tot kijken. Kafka, Dostojevski, Celine, Multatuli, Hermans en consorten. Niets dan overal moreel tekort, nergens een oplossing.

Tenslotte was het Wittgenstein die onder woorden bracht wat mij vijftien jaar geleden bleek te passen. De oplossing ligt in het accepteren en onderkennen van het probleem. Daarna zijn alle analytische filosofen weer mensen die schrijven over waar het om gaat. Of misschien wel beter gezegd: Waar het niet om gaat. Waarom het een foute verwachting is dat mensen zouden doen wat ze beweren. Dat het beter is om uit te gaan van wat ze doen en dan te proberen hen er iets juisters bij te leren beweren. Wat als het beter bevalt voor herhaling vatbaar in cultuur kan komen. Dat ze niet kunnen leven zonder theorie of regels en dan een gemeenschap organiseren op basis van eigenbelang van waar uit vrijelijk wordt gevarieerd op eigen regels. En niet in staat zijn dat eigenbelang te collectiveren anders dan door middel van machtstrijd leidend tot asociale structuren, als nodig gepaard met geweld

Het moreel tekort verklaard in plaats van er een pasklare oplossing voor te bieden. Met een open veld om te ontginnen: Hoe kunnen we de taal gebruiken voor een beter verhaal en een wereldbeeld creëeren wat ons weer vooruit kan laten kijken in plaats van met de rug naar de toekomst en gesloten ogen een nieuw millennium in te schuivelen.(Stephen Toulmin). En de laatste regel van de vorige alinea te laten vervolgen met: Tenminste tot nu toe.

De filosofie van de geest van Daniel C. Dennet inspireerde me tenslotte nog het meest tot de dampen die mij hier ontsnapten.
Het is mooi geweest, laat ik beginnen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *